
Katwijk heeft de door de Raad van State vereiste nadere onderbouwing plan Valkenhorst gereed
AlgemeenDe gemeente Katwijk heeft de nadere onderbouwing van het bestemmingsplan Valkenhorst op drie onderdelen waar de Raad van State (RvS) afgelopen december vraagtekens bij plaatste, gereed. B en W van Katwijk verwachten dat de gemeenteraad van de buurgemeente met nadere onderbouwing hier voor het einde van deze maand een zogeheten herstelbesluit over kan nemen, waarna dit naar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de RvS wordt gezonden. De appelanten, waaronder de gemeente Wassenaar en de Stichting Valkenburg Groen, zullen vervolgens de gelegenheid krijgen zich daarover uit te laten, waarna een einduitspraak kan worden gedaan.
Door Jos Knijnenburg
Op 11 december jl. heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een tussenuitspraak gedaan in de beroepsprocedure over het bestemmingsplan ‘Woongebied Valkenhorst’. Dat plan vormt de planologische basis voor de herontwikkeling van het voormalige Marinevliegkamp Valkenburg in een woon-, werk- en recreatiegebied met 5.600 woningen, bedrijven en voorzieningen.
Een aantal partijen – de Stichting Duinbehoud, de gemeente Wassenaar, de Wassenaarse Stichting Valkenburg Groen en de Vereniging Vrienden van Wassenaar – tekenden bij de Raad van State bezwaar aan tegen het door de Katwijkse raad vastgestelde bestemmingsplan. In totaal ging het om enkele tientallen punten van bezwaar.
In de uitspraak van 11 december 2024 oordeelde de Raad van State dat de gemeente Katwijk op drie onderdelen met een nadere motivering moet komen:
Katwijk stelde dat de toename van recreatiedruk (door meer wandelaars en hardlopers, al dan niet met hond) op de nabijgelegen duinen geen aantasting zou veroorzaken van de natuurlijke kenmerken van dit Natura 2000-gebied. Als maatregel had men extra wandelfaciliteiten aangelegd in het aangrenzende oude tuinbouwgebied Mient Kooltuin, maar de Raad vond dit onvoldoende overtuigend.
De Raad vond dat Katwijk onvoldoende had onderbouwd dat een maximale bouwhoogte van 40 meter (en bij uitzondering hoger) in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Er was volgens de Raad van State onvoldoende beoordeeld in hoeverre het plan Valkenhorst, ter plaatse van de bestaande Wassenaarse kruispunten met de N44, zou leiden tot een verslechtering van de verkeerssituatie.
De uitspraak leidde tot uiteenlopende reacties. De Wassenaarse wethouder Koetsier verklaarde in de media opgelucht te zijn “dat we op de belangrijkste onderdelen in het gelijk zijn gesteld.” Het Katwijkse college toonde zich op de dag van de uitspraak juist opmerkelijk optimistisch, met de stelling dat “aan het bestemmingsplan zelf niets gewijzigd hoeft te worden” en dat men “op meer dan dertig beroepsgronden in het gelijk is gesteld”.
Katwijk gaf aan sneller dan de door de Raad gestelde termijn van 26 weken (dus vóór 11 juni a.s.) de gevraagde onderbouwingen te willen aanleveren. Afgelopen donderdag maakten B en W bekend dat deze gereed zijn, waarna de gemeenteraad van Katwijk de volgende stap moet zetten.
Katwijk beschikt inmiddels over aanvullend ecologisch onderzoek dat zou aantonen dat de extra recreatiedruk geen negatieve effecten heeft op de natuurlijke habitat in de duinen van Berkheide e.o. Op verkeerskundig vlak speelt de vorig jaar juli geopende RijnlandRoute een belangrijke rol: cijfers zouden aantonen dat deze nieuwe verbinding tussen A4 en A44 zorgt voor meer afname van verkeersdruk dan de verwachte toename door de bebouwing van Valkenhorst.
Ook denkt Katwijk het probleem rond de bouwhoogte te hebben opgelost door differentiatie toe te passen: gebieden waar respectievelijk tot maximaal 15 meter, 32 meter en 40 meter gebouwd mag worden, waarbij de twee hoogste categorieën beperkt blijven tot maximaal 5% van het bebouwingsoppervlak.
Tijdens een debat op 19 december jl. gaf wethouder Gerard Mostert aan dat de nadere onderbouwingen, vooral die over bouwhoogte, juridisch houdbaar moeten zijn. Het woord is nu aan de Katwijkse gemeenteraad. Tegelijkertijd zullen ook de Wassenaarse appellanten de politieke besluitvorming en uitkomsten nauwlettend volgen. Na indiening van de aanvullende stukken krijgen zij naar verwachting nog een termijn van vier weken om te reageren, waarna de Raad van State normaliter zonder nieuwe zitting een einduitspraak zal doen.
