
De Eekhoorns van Wassenaar
AchtergrondDoor Anton Overklift Vaupel Klein – met dank aan bioloog Wim Calame
Wie door de bossen en parken van Wassenaar wandelt, kan hem zomaar tegenkomen: de rode eekhoorn. Met zijn pluimstaart en behendige sprongen is hij een opvallende en geliefde verschijning in het groen, mede veroorzaakt door het feit dat het dier relatief tam kan worden en hierdoor zich door de mens dicht laat benaderen.
In Nederland leeft officieel slechts één soort eekhoorn in het wild: de rode eekhoorn. Zijn vachtkleur varieert van roodbruin tot bijna zwart en in de winter zijn de karakteristieke oorpluimen goed zichtbaar. De omgeving van Wassenaar met landgoederen, duinen en oude lanen zoals Meijendel en De Paauw vormt een ideaal leefgebied. Onze eekhoorn is overdag actief, met name rond zonsop- en zonsondergang, verder houdt hij geen winterslaap, maar wel een winterrust periode. De nesten waar de eekhoorn zich in terugtrekt, kunnen in de winter gemakkelijk gevonden worden. Een tweede soort, de grijze eekhoorn, is mogelijkerwijs ook aanwezig in Nederland, maar lijkt vooralsnog hier geen reproducerende populatie te hebben. Het is een invasieve exoot uit Noord-Amerika. De Siberische grondeekhoorn is ooit rond Tilburg uit een dierentuin of een andere collectie ontsnapt, waarna de dieren aldaar nog steeds regelmatig in het wild worden waargenomen. Tenslotte moet de roodbuikeekhoorn genoemd worden, een soort die rond Weert ontsnapt is en die zich snel kon aanpassen aan ons milieu. Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van deze eekhoorn ligt in Zuidoost Azië. Beheersmaatregelen hebben gezorgd dat binnen onze landgrenzen het aantal van deze soort beperkt gebleven is. Tegenwoordig mag hij ook niet meer gehouden worden.
Eekhoorns leven solitair en komen in beperkte aantallen voor: gemiddeld enkele dieren per tien hectare, afhankelijk van voedsel en rust. Ze bouwen nesten hoog in bomen en krijgen in gunstige jaren één tot twee nesten, met meestal 2 tot 4 jongen per keer. De soort is gevoelig voor het parapokkenvirus waaraan besmette individuen kunnen bezwijken. Op zijn beurt zou de grijze eekhoorn hiervan niet ziek worden, maar wel weer een besmettingsbron hiervan zijn. Verder wordt ook regelmatig toxoplasmose bij de rode eekhoorn aangetroffen, een parasitaire aandoening.
Hun voedsel bestaat vooral uit noten, zaden en eikels, aangevuld met paddenstoelen en soms insecten, tot jonge vogels toe. In de herfst leggen ze voedselvoorraden aan, waarvan een deel wordt vergeten wat helpt bij de natuurlijke verspreiding van verschillende boomsoorten.
Natuurlijke vijanden zijn roofvogels, boommarters en katten, maar verkeer en verlies van leefgebied vormen de grootste bedreigingen. Toch blijft de eekhoorn een belangrijk symbool van een gezonde, groene leefomgeving.
Wie er een ziet, weet: hier is de natuur nog dichtbij









