
Patstelling rond Duindigt duurt voort
PolitiekDoor Ad Zopfi
Duindigt staat weer in de schijnwerpers. Recent was de Dag van het Paard. De tribunes waren die dag goed gevuld. Op andere racedagen is dat niet het geval. Rond dezelfde tijd heeft de rechter uitspraak gedaan in de rechtszaak die de gemeente tegen de eigenaar van Duindigt heeft aangespannen.
Die rechtszaak draait om de koopovereenkomst die is gesloten tussen de eigenaar van Duindigt (SBRD) en Villa Betty, de projectontwikkelaar die Duindigt wil opknappen en de komende 10 jaar financieel wil steunen, in combinatie met de bouw van 46 villa’s. De gemeente acht die koopovereenkomst niet rechtsgeldig vanwege het vorig jaar juli gevestigde voorkeursrecht en heeft de rechter om een zogenaamde nietigverklaring gevraagd van de koopovereenkomst en bijbehorende afspraken tussen verschillende partijen. De gemeente is van mening dat onder het voorkeursrecht de grond aan de gemeente moet worden aangeboden. Daarbij heeft de gemeente o.a. gesteld dat de koopovereenkomst tot doel heeft het voorkeursrecht te omzeilen.
De rechter gaat niet mee met deze redenering. De koopovereenkomst blijft dus bestaan, evenals het voorkeursrecht van de gemeente. De levering van de gronden heeft nog niet plaatsgevonden, zodat de eigendom nog bij SBRD rust. SBRD en Villa Betty hebben beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het vestigen van het voorkeursrecht. Die zaak moet nog behandeld worden. De gemeente gaat in beroep en houdt vast aan de wens om de koopovereenkomst nietig te laten verklaren. Hoewel de plannen van Villa Betty in 2024 in eerste instantie min of meer positief zijn beoordeeld door de gemeente druist woningbouw in tegen wat er planologisch kan en wenselijk is.
Het voorkeursrecht geeft de gemeente het recht om de grond als eerste te kopen. Daar zit wel een voorwaarde aan vast. De gemeente moet duidelijk maken wat ze met de grond wil doen in het kader van een publiek belang, dat voor moet gaan op het belang van de eigenaar en/of een andere koper. Nu kun je stellen dat Wassenaar aan deze voorwaarde heeft voldaan met het rapport ‘De toekomst van Duindigt, een handelingsperspectief voor de gemeente Wassenaar’ dat begin dit jaar aan de gemeenteraad is aangeboden. Het vertrekpunt voor de gemeente is dat zolang de draf- en renbaan niet te koop wordt aangeboden en zichzelf kan redden, de renbaan zonder verdere bebouwing of wijziging van het omgevingsplan kan blijven bestaan. Als het anders is of wordt dan geven scenario’s in het rapport in de ogen van de gemeente richting aan wat een duurzame financiële toekomst voor Duindigt is, welke maatschappelijke wensen er leven en wat nodig is om het open groene gebied te waarborgen. Voor zover bekend is er aan het rapport verder geen gevolg gegeven. Het lijkt erop dat in de scenario’s geen perspectief is voor Villa Betty. De gemeente acht het voor een passende duurzame ontwikkeling nodig dat zij de gronden in eigendom krijgt. Dat is de achtergrond voor de procedure, waarbij de gemeente vooralsnog niet zijn gelijk bij de rechter heeft kunnen halen.
Omdat het voorkeursrecht in de tijd beperkt is (maximaal 3 jaar, waarvan er inmiddels 1 is verstreken) moet er op enig moment wel een oplossing komen. Het verkrijgen van de eigendom door de gemeente kan daarin de eerste stap zijn. Maar er kunnen of moeten misschien ook andere stappen worden gezet. Als er een omgevingsplan ligt is het duur van het voorkeursrecht langer (5 jaar) en kan het worden verlengd. Een omgevingsplan is er echter nog niet. De gemeente loopt achter met het aanpassen van ruimtelijke plannen aan de nieuwe ruimtelijke ordeningsregels. Als het voorkeursrecht verloopt en de gemeente houdt vast aan de bestaande ruimtelijke regels, zonder woningbouw, dan duurt de huidige patstelling voort.
Een verbeterde groene zuidrand is belangrijk. Het ‘position paper Overgangsgebied Meijendel Den Haag – Wassenaar’ dat voorjaar 2025 is verschenen toont aan wat daarvoor nodig en mogelijk is. Duindigt kan in aangepaste vorm blijven. Vanwege de historie is renbaan Duindigt belangrijk erfgoed en waard om te behouden. De vraag is tegen welke prijs. Dat er structureel – via projectontwikkelingsactiviteiten – geld in gepompt moet (blijven) worden maakt het lastig.
Het zijn dilemma’s die misschien niet bij de rechtbank maar bij de verantwoordelijke partijen zelf afgewogen moeten worden. Dat betreft eigenaar SBRD, de projectontwikkelaar én de gemeente als verantwoordelijke voor de ruimtelijke ordening. De eigendomskwestie is dan eerder het sluitstuk dan het begin. De gemeente zoekt het juist op dit punt juridisch hogerop.
In het verleden is meermaals gebleken dat de gemeente op z’n zachts gezegd niet uitblinkt in ruimtelijke ordeningsprocedures. En hoewel de zuidrand een belangrijk ruimtelijk onderdeel van het dorp is zijn er geen concrete afspraken in het coalitieakkoord opgenomen. Desgevraagd verwees wethouder Van Doeveren naar de lopende juridische procedure. Maar dat is maar een kant van de zaak en lijkt vooral een kwestie van juridisch ‘armpje drukken’, met kans op verlies. Werken aan een houdbare toekomstvisie voor de zuidrand is ook nodig.








