Afbeelding

Financiële perikelen uitgelegd

Algemeen

Maandag 24 juni buigt de gemeenteraad zich over de kadernota 2025-2028. Het document waarin het financieel beleid voor de komende jaren wordt uitgezet.

Door Ad Zopfi

Deze week stonden twee ‘voorafjes’ op de agenda: de jaarrekening 2023 inclusief accountantsverslag en de voorjaarsnota. Beide geven een actueel beeld van de stand van zaken.

De aandacht gaat meestal uit naar de toekomst. Daar kun je beleidsmatig op sturen. De jaarrekening wordt vaak gezien als een ‘moetje’, een opsomming van wat we al weten. Maar is dat zo? Een terugblik kan helpen bij het vooruit kijken. Een goed gesprek over voornemens die wel of niet zijn gerealiseerd kan bruikbare inzichten opleveren voor toekomstig beleid. Dat geldt uiteraard ook voor de bijbehorende financiële prognoses. Landelijke en lokale politici vinden jaarrekeningen vaak niet zo boeiend. Je kan er niet mee scoren.

Een belangrijk thema in de kadernota betreft de inkomsten van de gemeente. Bijna 2/3e van de inkomsten komen van het Rijk in de vorm van de algemene en specifieke uitkeringen. De eigen belastingruimte van gemeenten is beperkt; dat knelt. In de afgelopen jaren is dit steeds meer gaan knellen door overdracht van taken en budgetten. Een onvoldoende ‘meegroeiende’ algemene uitkering moet via lokale belastingen worden gecompenseerd. Een probleem waar alle gemeenten met ingang van 2026 te maken hebben. In Wassenaar is de ‘structurele exploitatieruimte’ binnen de begroting al langer krap. Er is weinig ruimte voor nieuw beleid en om tegenvallers op te vangen. De enige ‘uitweg’ is verhogen van de onroerende zaakbelasting (OZB).

In de kadernota is een ‘inhaalverhoging’ van de OZB opgenomen van 7,5%. Die komt bovenop de reguliere verhoging van alle tarieven, aansluitend bij kosten- en prijsontwikkelingen, van 4,9%. Het maakt niet uit welke titel je er aangeeft, maar de OZB stijgt in 2025 met bijna 12,5%. Het is een onvermijdelijk gevolg van vooral rijksbeleid.

De gemeente verwacht in 2025 in totaal een kleine 28 mln euro aan belastingen en heffingen op te halen. Circa 12 mln euro betreft kostendekkende heffingen waar ongeveer even grote uitgaven tegenover staan (riool, afval, vergunningen). De overige 16 mln euro zijn belastingen. Naast OZB betreft dat toeristen- en hondenbelasting. De toeristenbelasting is een belangrijke inkomstenbron voor Wassenaar. Er wordt wel minder opgehaald dan eerder begroot. Waar in 2021 nog maar 0,6 mln euro werd opgehaald is dat nu circa 2 mln euro. Het doel is overigens 2,4 mln.

In het verlengde hiervan is het goed te beseffen dat van de 16 mln euro belastingopbrengsten een kleine 40% wordt opgebracht door bedrijven die actief zijn in Wassenaar. Naast de toeristenbelasting is dat de OZB voor niet woningen ad 3,6 mln euro en precario (terrassen e.d.). Ter vergelijking de OZB voor woningen levert jaarlijks een kleine 10 mln euro op.

Of alle lasten en lusten van wonen en ondernemen in dit dorp enigszins redelijk zijn verdeeld is aan het oordeel van ieder. Maar in financiële zin is vooral het toeristisch ondernemen een belangrijke kurk waarop dit dorp drijft. En de sterke verhoging van de OZB treft ieder. Behalve huurders van woningen, want hun aandeel in de OZB is ooit door het Rijk geschrapt.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Advertenties