De momenteel nog steeds hermetisch afgesloten plek aan de zuidzijde van het Valkenburgse Meer waar het Archeologisch Diensten Centrum (ADC) ArcheoProjecten in 2024 in opdracht van zandwinner Xella uitgebreid onderzoek deed.
De momenteel nog steeds hermetisch afgesloten plek aan de zuidzijde van het Valkenburgse Meer waar het Archeologisch Diensten Centrum (ADC) ArcheoProjecten in 2024 in opdracht van zandwinner Xella uitgebreid onderzoek deed.

Opnieuw archeologische sporen van bewoning gevonden zuidzijde Valkenburgse Meergebied

Algemeen

Tijdens archeologisch onderzoek in 2024 zijn opnieuw eeuwenoude sporen van bewoning in de Ommedijkse polder gevonden, zo blijkt uit de digitaal gepubliceerde 56e jaargang Archeologische Kroniek 2024 van het Erfgoedhuis Zuid-Holland, waarin de archeologische vondsten uit 2024 in de hele provincie worden beschreven. Het gaat om een vindplaats op Wassenaars grondgebied aan de zuidzijde van het Valkenburgse Meer in de nabijheid van de Korte Watering, middenin het gebied van circa 20 hectare waar de uitbreiding van de zandwinplas is gepland.

Door Jos Knijnenburg

Het archeologische onderzoek dat medio 2024 plaatsvond op meerdere plekken aan beide zijden van het recreatieve fietspad tussen de Hogeboomseweg in Wassenaar en de Ommedijkseweg in Leiden, werd uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten in opdracht van zandwinner Xella KZF van Herwaarden BV. Binnen het plangebied van de extra zandwinning van 20 hectare werd onderzoek verricht op deelgebieden met een oppervlakte van bijna 6500 m². Zowel tussen het fietspad en het Valkenburgse Meer, als in een weiland van Boerderij Nellestein tussen het Ommedijkse bos en het fietspad, werd met groot materieel gezocht naar archeologische sporen.

Het onderzoeksgebied was zorgvuldig gekozen omdat er ooit een geul door de polder liep (de Doolent) die deels bijna parallel aan de Oude Rijn liep en zich uitstrekte aan zowel de west- als de oostzijde van de snelweg A44. De Ommedijkse polder maakte voor de inpoldering, die zo’n 400 jaar geleden werd gerealiseerd, deel uit van een omvangrijk getijdegebied dat via de Oude Rijn in open verbinding met zee stond en bij vloed overstroomde. Geulen als de Doolent worden daarbij omgeven door hoger gelegen en dus drogere en steviger oeverwallen, die ontstaan door afzettingen van sedimenten en daardoor letterlijk en figuurlijk mogelijkheden voor vroege bewoning boden.

De onderzoekers troffen aan de zuidzijde van het Valkenburgse Meer sporen van een boerderij uit de Late IJzertijd en de Vroeg Romeinse Tijd (kort na het begin van onze jaartelling) aan. De archeologen stelden aan de hand van vondsten zoals kuilen met afval vast dat de boerderij mogelijk meerdere generaties in gebruik is geweest. Waarschijnlijk werd het open grasland in de omgeving gebruikt voor het weiden van vee. Botmateriaal van geslachte dieren werd soms bewerkt om te worden gebruikt als hamer, priem of naald. De Doolent had destijds een zodanige diepte dat deze bevaarbaar was voor platbodenschepen en men van legioensplaats Valkenburg naar Leiden v.v. kon varen, al was de bevaarbaarheid afhankelijk van het tij. Vondsten van aardewerk konden worden gedateerd op de 1e eeuw na Christus.

Dat er duizenden jaren geleden midden in de Noordrand in het huidige Valkenburgse Meergebied mensen woonden, werd in de periode 1992–1993 duidelijk toen de toenmalige zandwinplaats ter weerszijden van de Korte Watering in zuidwaartse richting fors werd uitgebreid tot aan de gemeentegrens tussen Katwijk en Wassenaar. Op basis van die uitbreiding werd later het genoemde fietspad tussen Wassenaar en Leiden gerealiseerd, dat op dit moment nog is afgesloten vanwege de oeverinstorting van het meer. De Werkgroep Archeologie van de Stichting Historisch Centrum maakte in haar Jaarverslag 1993 uitgebreid melding van talloze vondsten in het gebied uit de Late IJzertijd die wezen op bewoning.

De stichting bracht in 2015 het boek Rijk aan bodemvondsten, de archeologie van Wassenaar uit, waarin archeologische vondsten chronologisch tot en met 2014 werden beschreven en waarbij uitgebreid werd ingegaan op de vondsten aan de zuidzijde van het Valkenburgse Meer, die zich qua ouderdom uitstrekten over de Late IJzertijd en Vroeg Romeinse Tijd. In het boek stond een verwijzing naar eerdere vondsten uit de Stevenshofjespolder aan de andere zijde van de A44. Dat bleken profetische woorden.

Want de archeologische connectie tussen de polders aan de noordkant van Wassenaar werd al in 2017 bevestigd, toen archeologisch onderzoek voorafgaand aan de aanleg van de RijnlandRoute, op de grens van Wassenaar en Leiden en ook weer in de buurt van de Doolent, eveneens sporen van een boerderij uit de IJzertijd werden aangetroffen. Met zelfs een opslagplaats voor graan op poten, zodat muizen en ander ongedierte er niet bij kon komen.

Overigens waren in 1998 in diezelfde Stevenshofjespolder sporen van een houten veenweg uit de IJzertijd ontdekt die vanuit de huidige wijk Stevenshof zuidwestelijk, richting Wassenaar liep. Iets oostelijker werden bij de aanleg van de Krimwijk in Voorschoten in 2005 ook houten veenpaden aangetroffen, die 3000 jaar oud bleken te zijn.

In april 2022 maakte de Stichting Historisch Centrum Wassenaar bekend zichzelf op te heffen. Veranderende wetgeving maakte het voor amateurarcheologen onmogelijk zelfstandig opgravingen uit te voeren en ook kampte de stichting met een te sterke vergrijzing in de eigen gelederen. Echt bijzondere archeologische vondsten in Wassenaar, zoals die in 2024 van een (tussen 300 en 700 na Christus gedateerde) boerderij in het duingebied Berkheide, lijken dan ook steeds zeldzamer te worden.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Advertenties