
Nader grondonderzoek oevers Valkenburgse Meer om bodemgesteldheid en risico’s in kaart te brengen
AlgemeenOnderzoeksbureau Fugro gaat nader onderzoek doen naar de bodemgesteldheid van de oever c.q. waterkering van het Valkenburgse Meer. Met het onderzoek worden de eigenschappen van grond en gesteenten tot op een diepte van 1,5 keer de zandwinning bepaald en ook worden de grondwatercondities in beeld gebracht. Zodra deze aanvullende informatie beschikbaar is, wordt deze gecombineerd met de resultaten van reeds bekende metingen en onderzoeken. Het uiteindelijke doel is om uitspraken te kunnen doen over de stabiliteit van de bodem, de kans op herhaling van de oeverafkalving en eventuele andere risico’s. Op basis daarvan hoopt de gemeente Katwijk een goed onderbouwde beslissing te kunnen nemen over een eventuele afschaling van de ingrijpende noodverordening in het gebied. Die werd ingesteld na de instorting van de zuidelijke oever op 1 april jl., zo blijkt uit een schriftelijke update van het Katwijkse college aan de raad van Katwijk die gisteravond in commissieverband werd besproken.
Door Jos Knijnenburg
De effecten van de instorting van de zuidelijke oever van de zandwinplas, precies op de gemeentegrens van Katwijk en Wassenaar, zijn in beide gemeenten merkbaar. Het doorgaande fiets- annex wandelpad tussen de Ommedijkseweg in Leiden en de Hogeboomseweg in Wassenaar, dat over de zuidelijke waterkering van het Valkenburgse Meer loopt, is onmiddellijk na de oeverinstorting hermetisch afgesloten. Met zandzakken werd een nooddijk aangelegd omdat direct na het incident werd gevreesd voor een dijkdoorbraak, waardoor de aangrenzende Ommedijkse polder in Wassenaar deels onder water zou kunnen komen te staan.
Een eerste onderzoek, uitgevoerd door Deltares in opdracht van het Hoogheemraadschap van Rijnland, richtte zich primair op de veiligheid van de waterkering nabij de uiterste noordkant van Wassenaar. Rijnland wilde weten wat de mogelijke gevolgen van de instabiliteit van de zuidoever waren voor de waterkering. Op basis van ervaringen bij andere zandwinlocaties concludeerden de onderzoekers medio april dat de opgetreden instabiliteit tot “een nieuw evenwicht” was gekomen en dat daarmee een verdere oeverafkalving op korte termijn niet aannemelijk is. Daarmee leek het gevaar op een dijkdoorbraak richting de Wassenaarse polder geweken.
“Echter, activiteiten die een nieuwe aanleiding voor een instabiliteit kunnen vormen, moeten worden voorkomen, zolang de huidige situatie nog niet helemaal duidelijk is.” Een aanvullend sonderingsonderzoek door het wereldwijd opererende Fugro moet de bouwstenen aanleveren om verdere conclusies te trekken. B en W houden nog een stevige slag om de arm, want er kunnen ook nog andere vragen rijzen waarvoor meer aanvullend onderzoek noodzakelijk is. De nooddijk in de vorm van een lint van witte zandzakken blijft dan ook voorlopig gewoon in bedrijf.
Zolang niet alle vragen zijn beantwoord, blijft ook de door de gemeente Katwijk uitgevaardigde noodverordening van kracht. B en W van Katwijk betreuren het incident en zijn doordrongen van de gevolgen die de noodverordening heeft voor recreanten en ondernemers in het gebied. Niet alleen zijn grote delen van het Valkenburgse Meergebied voor bezoekers en recreanten hermetisch afgesloten, alle vormen van recreatie in en op de plas zijn verboden. Ook de zandwinning is per direct opgeschort. De zandzuiger, die kort voor de oeverinstorting uitgerekend opvallend diep in de zuidwestelijke hoek van het Valkenburgse Meer voor anker lag, ligt sinds 1 april nog altijd als een stille getuige op dezelfde plek.
Juist nu de weersomstandigheden zomers worden, zullen de recreatieve beperkingen merkbaar worden. Stoomtrein Katwijk-Leiden, die pas sinds kort het meer 360 graden rond kon rijden, behoort tot de gedupeerden. Het bedrijfseconomische rampscenario van de surfschool, die vorig jaar een gloednieuwe accommodatie aan de oostoever in gebruik nam maar nu geen kant op kan, bereikte medio mei ook Wassenaarse commissieleden. Een mede-eigenaar van de surfschool vuurde als inspreker een spervuur van vragen op de politici af.
Na afloop kwam even de rol van de provincie aan de orde. Zij is niet alleen eigenaar van de oever, maar ook het bevoegd gezag voor de vergunningverlening voor de zandwinning en het toezicht daarop. De brief van B en W van Katwijk maakt duidelijk dat vanuit die verantwoordelijkheden de provincie Zuid-Holland een team heeft gevormd waarin naast de provincie ook de gemeente Katwijk (verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid), het Hoogheemraadschap van Rijnland (waterkwaliteit) en zandwinner Xella zitting hebben. De provincie wordt ondersteund door een consortium aan ingenieursdiensten.
B en W van Katwijk spreken van “een ongewone situatie die zo snel als mogelijk dient te worden opgeheven”. Daartoe zijn echter de resultaten van het nadere onderzoek nodig. Pas dan volgen besluiten over volgende stappen, zoals een afschaling van de noodverordening. B en W verwachten dat er dan ook meer te zeggen is over de oorzaak van de oeverinstorting en de gevolgen die dat zal hebben, zoals “het herstarten van de zandwinning en dergelijke”.
Daarbij speelt de provincie als vergunningverlener een sleutelrol. Hervatting van de zandwinning kan alleen als het “duurzaam veilig” kan, meent het Katwijkse college. Zij wil “binnen afzienbare termijn” stoppen met de zandwinning, die volgens de vergunning “geen einddatum” heeft.



