Burgemeester Molly Geertsema en zijn vrouw in de keuken van de kunst- en antiekhandelaar Keezer.
Burgemeester Molly Geertsema en zijn vrouw in de keuken van de kunst- en antiekhandelaar Keezer.

De twee molenhuisjes

Algemeen

Zoals u ongetwijfeld weet, is het notariskantoor van Daniel Ohmann sinds 2018 in de twee molenhuisjes die aan de kant van de Gravestraat tegen de molen aangebouwd zijn, gevestigd. Hij volgde notaris Jeannine Geurts op die er meer dan 15 jaar een plekje gevonden had en sinds 1999 was het makelaarskantoor van Mathilde van Gennep er gehuisvest. Daarvoor werden de twee huisjes meer dan 25 jaar bewoond door iemand waarover ik u in dit artikel het een en ander wil vertellen.

Door Carl Doeke Eisma

Marcellus Benjamin Keezer is op 11 april 1903 in Amsterdam geboren. Zijn vader Benjamin was eigenaar van een antiquariaat. Zijn moeder Virginie Slijper was kunstenares. Marcel zoals hij genoemd werd, had drie zusjes. Hij werkte voor zijn vader en daarnaast studeerde hij kunstgeschiedenis aan de École du Louvre in Parijs. Hij woonde hier acht jaar. Teruggekeerd in Nederland ging hij bij Metz & Co werken, eerst in Amsterdam en later in Den Haag. Hij woonde toen op het adres Hasseltsestraat 87 in Scheveningen. In 1936 is hij getrouwd met Alida Jaburg.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, sloot Marcel zich aan bij een verzetsgroep. Omdat hij van Joodse afkomst was, werd het hem in Den Haag te heet onder de voeten en op 17 augustus 1942 vluchtte hij op zijn fiets richting Leiderdorp. Hier vond hij onderdak bij Meindert Zaalberg die ook lid was van een verzetsgroep. Meindert was eigenaar van de Potterij Zaalberg en dit had onder andere tot gevolg dat Marcel zich ook ging bekwamen in de pottenbakkerskunst. In 1943 vertrok hij naar Oud Ade. Hier verborg hij zich in een kippenhok waardoor hij de bijnaam Kippen Kees kreeg. De laatste maanden van de oorlog was hij ondergedoken in de molen De Valk in Leiden. Hij was lid van de verzetsgroepen Talboo en De Geuzen die rond Oegstgeest opereerden. Hij heeft meegedaan aan diverse gewapende overvallen zoals de overval van de Rotterdamse Bank in februari 1945. Het buitgemaakte geld werd gebruikt om onderduikers in leven te houden.

Toen de oorlog afgelopen was, werd Marcel lid van de afdeling Oegstgeest van de Binnenlandse Strijdkrachten. Later hield hij zich bezig met het opsporen van kunstwerken die de Duitsers uit ons land gestolen hadden. Hij ging deelnemen aan het Monuments Fine Art and Archives program. Vanuit Wiesbaden in Duitsland ging hij op zoek naar die gestolen kunstwerken en hij heeft er honderden die in Nederland thuishoren, weten op te sporen. Begin 1948 werd hem zeer tegen zijn zin duidelijk gemaakt dat zijn taak beëindigd zou gaan worden. Hij wist dat zijn taak nog lang niet volbracht was en heeft er op aangedrongen dat iemand anders zijn werk moest overnemen en dat is ook gebeurd.

In 1949 kwam hij terug naar Nederland en hij ging in de molen De Valk in Leiden wonen. Hier organiseerde hij exposities waar hij onder meer zijn eigen werk – hij was weer gaan pottenbakken – verkocht. In datzelfde jaar organiseerde hij de eerste Oude Kunst- en Antiekbeurs in het Museum Prinsenhof in Delft. Deze beurs die waardering oogstte in Europa en ver daarbuiten heeft 43 jaar bestaan. Later is hij in afgeslankte vorm opnieuw van start gegaan. Hij zou dit vele jaren blijven doen. Hij was inmiddels getrouwd met Gerardina Maria Ineke Zaalberg en ze kregen een dochter Virginie Antoinette en een zoon Lion. In die tijd schreef hij artikelen en samen met anderen boeken over pottenbakken. In 1955 ging het gezin in de boerderij ‘De Hofstee’ op het adres Haagweg 92 in Leiden wonen. Hier werden ook exposities gehouden. In 1984 heeft hij het verzetsherdenkingskruis gekregen. Dit is een nationale onderscheiding bedoeld voor deelnemers aan het verzet. Marcel B. Keezer is op 27 mei 1993 in Oegstgeest overleden.

Op 13 januari 1962 werd de gemeente eigenares van de korenmolen Windlust bij het Molenplein. Drie jaar later kreeg de molen een grondige opknapbeurt. Op zaterdagmorgen 13 december 1965 heeft de toenmalige commissaris van de Koningin in Zuid-Holland mr. J. Klaasesz de molen weer in gebruik gesteld. Op een foto staan burgemeester Molly Geertsema en zijn vrouw in de keuken van de kunst- en antiekhandelaar Keezer zoals bij de beschrijving van deze foto staat. Dit klopt, Marcel B. Keezer had kort daarvoor zijn zaak in de twee aanpalende molenhuisjes gevestigd. Ze waren enigszins aangepast zodat het antiek tentoongesteld kon worden. Zo bleek de bedstee in een van de kamertjes uitermate geschikt om er een vitrine van te maken. Tot kort voor zijn dood in 1993 verkocht hij hier antiek en door hemzelf gemaakte kunstwerken. Vanaf 1984 ben ik werkzaam op deze molen en ik heb Marcel dan ook redelijk goed leren kennen. Ik ging zo af en toe koffie bij hem drinken en dan vertelde hij over de Kunst- en Antiekbeurs in Delft. Hij kon heerlijk koken en dat deed hij vaak in dat keukentje. Zelfs boven in de molen kon je dit ruiken. In die tijd kregen we nogal eens bezoek van muizen. Vanaf het moment dat de antiekzaak gesloten werd, heb ik geen muis meer gezien. Zouden ze op die heerlijke geurtjes afgekomen zijn? Overigens heeft hij me nooit iets verteld over zijn rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. De meeste mensen die in het verzet gezeten hebben, deden dat niet. Zo heeft mijn vader ook nauwelijks iets over die periode van zijn leven verteld. Ik was dan ook verrast toen ik tijdens mijn zoektocht naar gegevens met betrekking tot Marcel Keezer een Engelse tekst tegenkwam waarin hier uitgebreid op ingegaan werd. Reden te meer om dit artikel een plaatsje te geven in deze uitgave van De Wassenaarse Krant, lijkt me. In een krantenartikel wordt hij dé antiekkenner van Nederland genoemd en wie ben ik om dat tegen te spreken?

Een foto van Marcel die tijdens één van de Oude Kunst- en Antiekbeurzen in Delft is gemaakt.
Een ex libris van Marcel Keezer.
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Advertenties