
De malende kolos
CultuurDe oud-hoofdredacteur van het weekblad Den Haag Centraal, Coos Versteeg, stuurde mij onlangs een mailtje waarin hij duidelijk maakt dat er in de maand november van het vorige jaar een boek verschenen is, waarin de korenmolen Windlust uit ons dorp beschreven wordt. Het boek heeft als titel De man in Westerbork en is geschreven door John Kuipers.
Door Carl Doeke Eisma
John heeft zo’n veertig jaar als journalist bij het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) gewerkt. Hoewel hij uiteraard al het nodige geschreven had, is hij na zijn pensionering thrillers gaan schrijven. Het Engelse werkwoord to thrill betekent opwinden en dat is in zijn boeken zeker het geval. Een thriller moet immers spannend zijn en vol actie en gevaar zitten. Hij kreeg voor zijn eerste boek, Musserts schaduw, de hoogst haalbare onderscheiding voor dit genre boeken, de Gouden Strop en dat zegt wel wat.
Op de achterkant van zijn derde boek waar ik het een en ander over wil opmerken staat: “Kuipers heeft een prachtige serie politieromans gebouwd op een stevig fundament van de werkelijkheid.” Deze boeken spelen zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens een interview vertelt John dat hij heel veel research heeft gedaan omdat hij eraan hecht dat alles feitelijk klopt.
In dit artikel wil ik ingaan op een deel van de tekst van hoofdstuk negen. Ik kan u overigens aanraden dit boek te gaan lezen. Het is prima geschreven en beschrijft op een interessante manier een deel van die Tweede Wereldoorlog. Ik neem dat deel dat over de molen gaat letterlijk over. Zoals u misschien wel weet ben ik de huidige molenaar en heb ik belangstelling voor de geschiedenis van ons dorp. U voelt hem waarschijnlijk al aankomen, ik heb twee foutjes ontdekt maar dat neemt niet weg dat de rest tot in de kleinste details wél klopt en daar neem ik mijn (molenaars)petje voor af. Ik heb zelf enkele boeken geschreven en ben van mening dat een schrijver of schrijfster het volste recht heeft van de realiteit af te wijken. Dit artikel is dan ook zeker niet bedoeld als kritiek integendeel.
“Een moord. In Wassenaar. Het Molenplein, hoek Molenweg, het gaat om de molen. Ik was geboren en getogen in Wassenaar, zodat ik precies wist waar ik moest zijn. Via de Rijksstraatweg en de Lange Kerkdam was ik er zo. Ik had de korenmolen Windlust blind kunnen vinden. Als jongetje had ik er vaak gespeeld en toegekeken wanneer molenaar Mansvelt met zakken graan aan het slepen was. Destijds stond de malende kolos langs een vaart, aan de rand van de bebouwde kom. Sindsdien waren de huizenrijen opgerukt. Als u het pad hierlangs loopt, langs de molenaarswoning, komt u aan de eigenlijke voorkant uit, daar moet u zijn. Ik was via de voordeur van de achthoekige onderbouw twee trappen opgegaan. De graanzolder was nagenoeg leeg, viel me op.” Er blijkt een man aan de onderste wiek vastgebonden te zijn en de tekst in het boek gaat verder: “Heeft hij aan draaiende wieken gehangen? De molenaar, die op bezoek is bij zijn zuster in Strijen vertelde aan de telefoon dat alles in de ruststand stond. De wieken staan dan zoals nu.” De man die aan de wiek vastgebonden was woonde op de Van Ommerenlaan, zo las ik.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Cornelis Mansvelt de molenaar van deze molen. Overigens zie ik hem niet met zakken graan slepen. Dat deed de molenaarsknecht A. Heykamp. Dat de molen toen de hoofdpersoon uit dit boek nog jong was aan een vaart stond, klopt. Deze vaart waar nu de Gravestraat ligt, is in 1915 gedempt. De onderbouw van de molen is inderdaad achtkantig en de ingang van de molen wordt juist beschreven. Tijdens de ruststand staat de onderste wiek verticaal. Het slachtoffer woonde aan de Van Ommerenlaan en dat klopt niet. Deze laan kreeg pas die naam in 1988. Hij is genoemd naar Philippus van Ommeren en zijn vrouw Wilhelmina Alida de Voogd die heel veel voor ons dorp gedaan hebben. In 1938 werd de Van Ommeren-de Voogd Stichting opgericht die de erfenis van het echtpaar ging beheren en 50 jaar later kreeg de oprijlaan van Rust en Vreugd als dank hiervoor de naam Van Ommerenlaan.
En dan de zin: “De molenaar, die op bezoek is bij zijn zuster in Strijen…” Op de bijgevoegde foto staat het gezin van de vader van de betreffende molenaar afgebeeld. Hierop staan zijn vader Johannes Mansvelt, zijn moeder Geertje Bos en hun vier kinderen. Cornelis had drie broertjes, Corstiaan Willem, Johannes en Gerard. Een jaar nadat Geertje is overleden, is Johannes getrouwd met Alida Westmaas. Dit huwelijk zou kinderloos blijven, kortom Cornelis Mansvelt had geen zusje.
Maar nogmaals het blijft een lezenswaardig boek. De gemiddelde lezer of lezeres ontgaat dit soort details uiteraard.











