Afbeelding

‘Herinner mij er niet aan - De lotgevallen van verzetsvrouw en dubbelspionne Hella ten Cate Brouwer’ door Wouter Kalkman

Cultuur

In het Leidsch Dagblad van 13 september 2003 werd aandacht besteed aan de “Leidse Mata Hari”, waarmee Hella ten Cate Brouwer werd bedoeld, die tussen 1932-1947 in Leiden woonde. Na het artikel bleven veel vraagtekens bestaan over Hella’s rol in de Tweede Wereldoorlog. Het mysterie van de “Leidse Mata Hari” is nu ontrafeld in het boek ‘Herinner mij er niet aan, de lotgevallen van verzetsvrouw en dubbelspionne Hella ten Cate Brouwer’ van Wouter Kalkman.

Het boek gaat over Hella ten Cate Brouwer, een Leidse verzetsvrouw die zich in de Tweede Wereldoorlog voor onmogelijke keuzes geplaatst zag, een groot aanpassingsvermogen had en die de wil om te overleven boven alles stelde. Ze maakte in 1941 deel uit van de Leidse verzetsgroep van Derk van Lingen, leraar aan -wat nu heet- het Visser ’t Hooft lyceum in Leiden. Van Lingen werkte samen met verzetsstrijders uit Leiden, Oegstgeest, Katwijk aan Zee, Alphen aan den Rijn en Den Haag. In het najaar van 1941 werd deze verzetsgroep verraden en door de Sicherheitsdienst opgerold. Hella werd door een Duitse rechtbank ter dood veroordeeld, maar kreeg in april 1942 gratie, waarbij haar straf werd omgezet in tien jaar tuchthuisstraf in Duitsland, terwijl haar medeverzetsstrijders, zonder enige vorm van proces, naar Duitse concentratiekampen werden overgebracht. De helft overleefde hun tijd in het concentratiekamp niet.

In januari 1942 verklaarde Hella zich in de gevangenis bereid om voor de Sicherheitsdienst te gaan werken. Nadat zij voor de Duitsers mocht gaan werken, volgde zij eerst een opleiding tot spion aan de in 1943 geopende Duitse spionnenschool Seehof op park Sorghvliet in Den Haag, waar ook het Catshuis staat.

Na haar tijd op Seehof vertrok zij naar Rome, samen met Herbert Kappler, het Hoofd van de Sicherheitsdienst aldaar, waar zij verder zou worden opgeleid om als Duitse spion achter de geallieerde linies te kunnen werken. Zij kreeg in haar tijd in Rome een verhouding met Kappler. Toen de Duitsers Rome moesten verlaten in juni 1944, bleef Hella achter met een spionageopdracht van Kappler. Kort daarna stapte ze over naar de geallieerden, die zij haar diensten aanbood. De geallieerden zetten haar in eerste instantie in, maar vertrouwden haar uiteindelijk niet en op beschuldiging van verraad werd zij overgebracht naar een vrouwengevangenis in Londen, waar zij uitvoerig werd verhoord door MI5 en door Oreste Pinto van de Nederlandse geheime dienst. Het duurde nog tot 1948 voordat het openbaar ministerie in Nederland een beslissing nam over het al dan niet vervolgen van Hella in verband met haar handelen in de Tweede Wereldoorlog.

Het boek geeft een beklemmende en aangrijpende beschrijving van de tijd in en na gevangenschap van deze gewone Nederlanders, die via hun verzet tegen de Duitse bezetter niets anders wilden dan dat hun land bevrijd zou worden en de Nederlanders in vrijheid konden leven. Daarvoor betaalden zij een hele hoge prijs.

Uitgeverij Ginkgo, Leiden / ISBN 978-90-833748-5-7. 256 pagina’s hardcover, rijk geïllustreerd. € 24,95.

Afbeelding
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Advertenties