
Een stukje Japan om de hoek: de poorten van de Japanse Tuin gaan weer open, maar wie naar binnen wil, moet reserveren
AlgemeenJe hoeft er geen vliegtuig voor te nemen. Een wandeling over landgoed Clingendael is voldoende om je even in Japan te wanen. Achter de poorten van de Japanse Tuin wacht een wereld van kronkelende paadjes, eeuwenoude bomen, mosbedekte stenen, sierlijke lantaarns en rode bruggetjes. Stil, groen en een beetje mysterieus.
Door Loes Rietvelt
Wie dit najaar van al dat moois wil genieten, moet er wel snel bij zijn. De Japanse Tuin opent op 10 oktober opnieuw haar poorten en is slechts zestien dagen toegankelijk. Nieuw dit jaar is dat bezoekers vooraf een gratis tijdslot moeten reserveren. De maatregel is genomen vanwege de enorme populariteit van de tuin. Jaarlijks komen er tienduizenden bezoekers op af. Op drukke dagen kan het behoorlijk vol worden op de smalle paadjes. En dat is niet zonder risico voor de kwetsbare natuur. “Het is echt niet zo dat mensen hier komen om de boel expres te vertrappen”, vertelt deskundige Ariën Tuin. “Maar de paadjes zijn heel smal en oorspronkelijk niet gemaakt voor zoveel gasten tegelijk. Met alle bijzondere mossen en ornamenten die we hier hebben, moeten we voorzichtig zijn.”Dat weet hovenier Levi Schilperoordt als geen ander. Hij werkt dagelijks in de tuin en heeft een bijzondere band met zijn werkplek. „Deze tuin is de reden dat ik hovenier ben geworden”, vertelt hij. Zelfs het verwijderen van herfstbladeren vraagt hier om uiterste zorg. Bij de kwetsbare mossen gebeurt dat met de hand om beschadiging te voorkomen.
„Voor mij is het iedere dag genieten op dit mooiste plekje tussen Den Haag en Wassenaar.” De Japanse Tuin werd in 1913 aangelegd in opdracht van freule Daisy van Brienen. Zij reisde veel en raakte tijdens haar bezoeken aan Japan onder de indruk van de Japanse tuinkunst. Lantaarns, een watervat en bruggetjes die zij uit Japan meenam, kregen een plek in de tuin.Ook het zogenoemde schildpaddeneiland herinnert aan die tijd. Ooit stond daar een lantaarn, waarvan alleen de sokkel in het water werd teruggevonden. Inmiddels is de lantaarn gereconstrueerd. “Wie weet wat voor geheimen hier nog meer liggen”, zegt Tuin. Sinds 2001 is de ruim honderd jaar oude tuin een rijksmonument. De bijzondere planten, bomen en vooral de kwetsbare mossen maken de tuin uniek. Juist daarom is hij slechts enkele weken per jaar geopend. En ieder seizoen heeft zijn eigen charme. „In het voorjaar staat alles in bloei”, vertelt Tuin. „Maar ook in de winter, onder een pak sneeuw, is het hier geweldig.” Zelf vindt hij de doorkijk bij het theepaviljoen het mooiste plekje.
Met de nieuwe reserveringsplicht hoopt de gemeente de bezoekers beter over de dag te verspreiden. Zo blijft de Japanse Tuin toegankelijk én kan dit bijzondere stukje groen behouden blijven. Wie dit najaar wil gaan, kan van 10 tot en met 25 oktober dagelijks tussen 10.00 en 16.00 uur terecht. Een tijdslot reserveren via denhaag.nl/japansetuin is verplicht, maar het bezoek blijft gratis.








