
“De Wassenaarse Krant is nooit alleen een krant geweest, altijd meer dan dat”
AlgemeenZonder verhalen geen krant, en dus ook zonder correspondenten geen krant. Week in, week uit gaan voor u correspondenten heel ons dorp door, en soms zelfs daarbuiten om de mooiste en meest indrukwekkende verhalen op te halen. En zo ook Iris Oostlander, die in bijna twintig jaar De Wassenaarse Krant ongeveer alles wel heeft gezien en gehoord.
Iris Oostlander – 56 jaar – woont samen met René de Wit en woont al 27 jaar in Wassenaar
Door Emma Odijk
Hoe ben je ooit verbonden geraakt aan De Wassenaarse Krant?
“Nog voordat de krant daadwerkelijk bestond was ik al betrokken. Roël en ik kwamen elkaar heel vaak tegen, hij als persfotograaf, ik als journaliste. Hij had het plan gemaakt om een internetkrant te beginnen, dat was destijds allemaal heel erg nieuw en een heel ambitieus plan. Met hem en anderen, waaronder fotograaf Jan Stegeman gingen we een aantal keer brainstormen en uiteindelijk besloot Roël toch een ‘normale’ krant te beginnen. We hadden in Wassenaar op dat moment al drie kranten, dus hij werd voor gek verklaard. Hij wilde een krant maken voor, door en over Wassenaarders en dat is gelukt. In dat eerste jaar was ik nog niet betrokken bij het daadwerkelijk maken van de krant, maar vanaf het moment dat hij mij een vast contract kon bieden was ik betrokken. Uiteindelijk heb ik zestien jaar bij De Wassenaarse Krant gewerkt, ook jaren als hoofdredacteur.”
In al die jaren bij de krant, heb je vast bijzondere momenten meegemaakt. Vertel.
“We begonnen in een klein pandje op de Oostdorperweg, met zijn drietjes. Met Roël en Jolanda, en dat was echt een feestje. In het begin moesten we elke maandag de krant maken, op dinsdag zou hij gedrukt worden. We wisten alle drie in die begin tijd nog niet zoveel over het maken van een krant. Ja, ik wist veel over het schrijven, Roël over foto’s en Jolanda over advertenties, maar over het printproces wisten we weinig. Normaal gesproken maakten we dan alle pagina’s in een speciaal programma, en zetten we die handmatig over in een pdf die we doorstuurden naar de drukker. Dat laatste deel lukte ooit niet en toen heeft Roël de computer, destijds nog zo’n groot bakbeest, opgepakt, in de auto gezet en naar is de drukker gereden. Wat hebben zij en wij gelachen! Sowieso hebben we die tijd zo veel gelachen met zijn drieën, al was het ook wel echt aanpoten.”
“We deden in het begin sowieso heel veel zelf. Natuurlijk hadden we wel wat correspondenten, maar verder deden we alles zelf…”
Hoe zou je De Wassenaarse Krant omschrijven?
“Vooral als een hele unieke krant. Toen we begonnen was het idee van advertenties op de linkerpagina en redactionele teksten op de rechterpagina heel erg nieuw. Tegenwoordig doen veel meer kranten dat. Bovendien is in al die jaren het idee van voor, door en over Wassenaarders erin gebleven. Ook zijn we een hele tijd op maatschappelijk vlak ook extra actief geweest, dat vond ik ook heel erg fijn om aan mee te werken. Zo hebben we de Stichting Kerstfonds Wassenaar opgezet. Dan organiseerden wij jaarlijks een feestavond in de het Van der Valk Hotel dat toen nog de Bijhorst heette, waar wij als redacteuren de mensen bedienden. Dat konden wij natuurlijk helemaal niet,maar dat was echt zo leuk om te doen. Wat hebben we gelachen daar! Er zaten dan honderd vrijwilligers in de zaal, mensen die het echt verdienden om eens even in het zonnetje gezet te worden. Verder hebben we in de loop der jaren nog veel meer mooie maatschappelijke dingen kunnen doen. Opgegeven moment was onze redactie ook een soort VVV-kantoor voor toeristen en kwamen een aantal Wassenaarders altijd even buurten. De Wassenaarse Krant is nooit alleen een krant geweest, altijd meer dan dat.
Welke dingen uit de huidige krant mogen van jou altijd wel blijven?
“Nou ja, voor en door Wassenaarders is altijd het meest belangrijke geweest en dat zie ik nog steeds wel terug. Met eigen correspondenten, met dorpsgenoten. De rubriek ‘Dorpsgenoten’ vond ik altijd fantastisch om te maken, maar ook Wassenaar Feliciteert en natuurlijk de Wasseneusjes zijn bekende onderdelen.”
Is er nog iets dat je de lezer mee wilt geven voor de volgende duizend kranten?
“Weet je wat het is, Wassenaarders zijn een kritisch publiek. Dat is enerzijds fijn, daar leren we elke week weer van. En het laat ook zien dat de drempel laag ligt, dat wij als redactie als toegankelijk worden gezien, dat is heel fijn. Maar de Wassenaarder mag soms ook wat meer van zich laten horen als het positief is. Af en toe een complimentje voor de redactie mag wel, want er wordt zo hard gewerkt om elke week weer een mooie krant af te leveren.”








