
‘Tussen mijn werk als voorzitter en als hoogleraar zit eigenlijk niet zoveel verschil’
AlgemeenIn de rustig-ogende hal naast de tijdelijke plenaire zaal van de Eerste Kamer gaat Jan Anthonie Bruijn, voorzitter van die Eerste Kamer, aan een hoge tafel zitten. Hij heeft net een besloten bijeenkomst gehad met de Wassenaarse VVD-fractie. ‘Het is ontzettend leuk en belangrijk om mensen hier op bezoek te hebben en te vertellen over wat we hier doen. We hebben veel besproken maar er zijn ook veel vragen gesteld. Over de historie van dit pand, maar ook over hoe de Eerste Kamer te werk gaat.’
Door Emma Odijk
De Eerste Kamer werkt vanaf de renovatie van het Binnenhof in een pand aan het Lange Voorhout in Den Haag. Een pand met veel historie, dat herhaaldelijk terugkomt als een tijdelijke werkplek, afwachtend op een renovatie. In dat gebouw, waar koning Willem I en koning Willem II gewoond hebben, werkt nu Wassenaarder Jan Anthonie Bruijn al sinds 2019 als voorzitter.
‘Als Voorzitter ben je eigenlijk een soort scheidsrechter. Mijn belangrijkste taak is om te zorgen dat de leden van deze Kamer hun werk goed kunnen doen. Dat doe ik in essentie door het reglement van orde te handhaven. Dus eventueel een gele of rode kaart uitdelen, vertellen wanneer het is afgelopen, de tijd bijhouden en vooral belangrijk, niet zelf meedoen.’
Naast zijn werk als Voorzitter is Bruijn ook nog hoogleraar nierpathologie en nierziektes aan de Universiteit Leiden. Enerzijds is dat heel ander werk, maar het is op sommige vlakken ook te vergelijken, vertel Bruijn. ‘Ik vind de lokale maar ook landelijke politiek heel complex en interessant. Alles wat je beslist en doet heeft invloed. Die gelijkenis zie ik ook met mijn werk in Leiden, waar ik werk met het menselijk lichaam. Dat is ook belangrijk, interessant en complex. Dus voor mij zit er niet eens zoveel verschil, of ik nou vanuit huis linksaf op de fiets naar Leiden ga, of rechtsaf naar Den Haag.’
Ondanks dat Bruijn zich voor zijn werk veel bezighoudt met de landelijke politiek, houdt hij de Wassenaarse politiek ook goed in de gaten. “Natuurlijk, ik woon al bijna mijn hele leven in Wassenaar en ben heel erg betrokken bij het dorp. Ik volg de politiek nog steeds behoorlijk goed. Bij de lokale fractie van de VVD, waar ik bij hoor, ben ik minder betrokken. Al kom ik wel bij de afdelingsvergaderingen.
Toch is hij wel via die lokale weg, de landelijke politiek ingerold. ‘Ik werd meegenomen door een kennis, die zei dat ik een keer mee moest naar een politieke avond. Hij vond dat wel wat voor mij, dus ik ging mee naar de Warenar. In een toen nog een rokerige zaal stond een klein tafeltje met een VVD-vlag eroverheen gedrapeerd. Achter die tafel zaten gewichtig kijkende mensen, die duidelijk heel belangrijk waren. Het was rustig die avond, maar er waren wel felle discussies over lantaarnpalen en verkeer. Op een gegeven moment zei ik iets, toen zat ik plotseling in een commissie, toen zei ik nog iets, was ik opeens voorzitter van die commissie. Binnen de kortste keren was ik voorzitter van de afdeling en zette ik mij keihard in voor de Wassenaarse politiek.’
Langs allerlei wegen, van formateur in Leidschendam-Voorburg en Rotterdam tot voorzitter van het VVD-verkiezingsprogramma voor de Provinciale Staten en landelijk, is Bruijn in het voorzitterschap van de Eerste Kamer gerold. ‘Dankzij de partij heb ik veel mogen doen, altijd heel interessante dingen. Ook heb ik veel mogen leren, vooral hoe belangrijk bijdragen aan het openbaar bestuur is.’
