
Cijfers Paauw stellen enigszins gerust
Ingezonden Ingezonden Wassenaarse PostEr wordt de laatste tijd veelvuldig door fracties geklaagd over hoe het college de raad voorziet van informatie. Een van de dossiers waar dit speelt, is de renovatie van de Paauw. Het duurste project ooit in onze gemeente, dus een beetje aandacht kan geen kwaad. Ik probeer met man en macht dit project zo goed mogelijk te controleren.
Wat doe je als raadslid als je geen informatie krijgt vanuit het college, ook niet na herhaaldelijk aandringen? Dan kun je om ambtelijke bijstand vragen. Dus dat is wat ik heb gedaan. Afgelopen maandag aan tafel gezeten met een ambtenaar en een externe adviseur. En gelukkig, er zijn onderliggende stukken waaruit blijkt dat het project voor 12,3 miljoen euro gerealiseerd kan worden. Veel waardering ook voor de manier waarop de ambtenaren de zaken presenteerden. Het financieel beheer is niet zo erg als ik vreesde, maar er blijven wel opmerkelijkheden over.
De begroting voor de renovatie is opgebouwd uit verschillende normbedragen. Dat zijn ramingen en die kunnen natuurlijk nog wijzigen, en ik verwacht eerlijk gezegd ook dat er om meer krediet gevraagd zal worden. Hiervoor zijn verschillende redenen. De kosten voor BTW compensatie dienen nog uit de post onvoorzien te worden gehaald. Deze post onvoorzien bedraagt in totaal 10 procent, maar de verwachte stijging van het prijspeil is alleen al 7 procent. Het schilderen van de buitenkozijnen wordt betaald uit een extern potje voor regulier onderhoud, maar ok. Het leek er ook op dat de financiele onderliggende stukken enkel bij een externe opdrachtnemer in bezit waren; dat lijkt mij een risico.
Ook ondoorzichtig zijn de kosten voor het restaurant. Deze staan op “maatwerk” en zijn niet voorzien van een bedrag binnen het krediet. Gelukkig heeft ons amendement het gehaald waarin staat dat de raad nog een expliciet besluit zal nemen over de optie van een restaurant. Het kost allemaal wat tijd en moeite, maar beter vooraf controleren dan achteraf de financiële pleisters plakken.
Jeroen Gankema



