
Jantje Paganini
CultuurDoor Carl Doeke Eisma
Juda Juda is op 7 september 1909 in Amsterdam geboren. Juda is zowel een voornaam als een achternaam. Zijn roepnaam was Jo. Zijn vader, Meijer, was diamantslijper en zijn moeder heette Leentje Snoek. Hij had twee broertjes die later net als hij musicus zouden worden.
Jo ging naar het Amsterdams Muzieklyceum waar hij in 1928 zijn eindexamen cum-laude afrondde. Hoewel zijn ouders niet veel geld hadden – zijn vader zat vaak zonder werk – zorgde zijn moeder ervoor dat alle drie haar kinderen een muziekopleiding kregen. Jo gaf al muziekles toen hij naar het Muzieklyceum ging en zo kon hij de studiekosten betalen. In 1934 werd hij violist en concertmeester bij het Amsterdams Bach Orkest. Hij heeft bij diverse orkesten gespeeld en na de Tweede Wereldoorlog trad hij over de hele wereld als solist op. Vanaf 1963 was hij solist en concertmeester bij het Concertgebouworkest en in 1974 werd hij hier opgevolgd door Theo Olaf. Hij heeft op diverse Conservatoria les gegeven en een van zijn leerlingen was André Rieu. Daarnaast componeerde hij muziek voor strijkorkesten en schreef hij enkele boeken. Jo is driemaal getrouwd geweest. Zijn derde vrouw, Olga Haenen was een leerling van hem en met haar had hij vijf kinderen. Vanaf 1951 heeft hij enkele jaren in Wassenaar gewoond op het adres Backershagenlaan 12. Hij was officier in de Orde van Oranje Nassau. Jo Juda is op 6 mei 2009 in Laren overleden.
Nadat de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog ons land bezet hadden werden er op 10 mei 1940 in Nederlands-Indië zo’n 2800 mannen en vrouwen waarvan men dacht dat ze met de Duitsers sympathiseerden gevangen genomen. Toen de Duitsers in ons land hier achter kwamen, namen ze 231 verlofgangers uit Indië gevangen als tegenmaatregel. Ze werden Indische gijzelaars genoemd. Op 7 oktober werden hier 116 mannen aan toegevoegd. Het gaat hier om vooraanstaande Nederlanders die antiverzetsstrijders werden genoemd. Mochten mensen uit het verzet aanslagen plegen dan zouden enkele van die antiverzetsstrijders gedood worden. Eén van hen was Jo Juda. Hij heeft hier in het derde deel van zijn biografie, Jantje Paganini, Häftling 2613 over geschreven. Häftling is het Duitse woord voor gevangene. Een groot deel van deze tijd bracht hij door in Sint-Michielsgestel. Mensen als Willem Drees, Niko Tinbergen en Simon Vestdijk hebben hier ook gezeten. De levensomstandigheden waren naar verhouding redelijk. Wel leefde hij in voortdurende angst dat de Duitsers zouden ontdekken dat hij van Joodse afkomst was, maar dat is niet gebeurd. Zo mocht er ook muziek gemaakt worden. Mede hierdoor kreeg hij de geuzennaam Jantje Paganini. Hij schreef hier ook de muziek voor het Bevrijdingslied zoals uit een van de twee afbeeldingen blijkt.


