
Investeren en schulden
AlgemeenRecente cijferopstellingen over grote schulden die Wassenaar op korte termijn gaat maken vragen om een kritische blik. Wassenaar investeert veel, ook de afgelopen jaren. En dat vergt veel geld.
Door Ad Zopfi
Door de invoering van het zogenaamde schatkistbankieren, fungeert het ministerie van Financiën feitelijk als ‘bank’ voor de gemeente. Als we een paar jaar terug kijken dan zien we dat het rekeningcourant saldo met het Rijk de afgelopen jaren is gedaald van € 34,5 mln eind 2020 naar € 18,2 mln eind 2023. Gemiddeld zo’n € 4 mln per jaar. Het is reëel om te veronderstellen dat het saldo in 2024 wat harder is gedaald.
In deze jaren staan daar enkele tientallen miljoen aan investeringen tegenover, zoals in het Rijnlandslyceum, wegen en riolering in wijken als de Paauw en Nieuw-Zuid, de landgoederen, buitenkant de Paauw enz. Dat geeft aan dat investeringen niet een op een tot meer schuld leiden. Het geeft ook aan dat er een ‘capaciteitsgrens’ aan investeringen zit. Je kunt als werkapparaat jaarlijks maar voor een bepaald bedrag aan investeringen voorbereiden, begeleiden en uitvoeren. Het is lastig daar een concreet getal op te plakken, maar iets in de orde van € 10 mln per jaar lijkt realistisch.
Recente investeringen in wegen, riool, groen e.d. hebben overigens deels te maken met achterstallig onderhoud. Je kunt heden en toekomst niet los zien van keuzes in het verleden. Als er gesproken wordt over investeringen in de komende vier jaar die optellen tot € 100 mln en een schuld van € 80 mln, dan biedt het recente verleden geen reden om te veronderstellen dat dit zo onverkort gaat gebeuren. Het gaat de capaciteit heeft de gemeentelijke organisatie te boven. Bovendien moeten er bij veel investeringen nog besluiten worden genomen en moet rekening worden gehouden met vertraging, uit- of afstel.
Hoge investeringen zijn geen probleem als we de kapitaallasten kunnen dragen (rente en afschrijvingen). Bovendien zijn er grote investeringen waar jaarlijkse inkomsten tegenover staan (riool, schoolgebouwen). Er soms zijn er ook subsidies waar gebruik van kan worden gemaakt. Met dit in het achterhoofd lijkt een inhoudelijke discussie over noodzaak en nut van investeringen en de mate waarin schulden kunnen worden aangegaan om noodzakelijke investeringen te financieren, meer op z’n plaats dan een neen tegen schulden of bangmakerij over torenhoge schulden. En misschien kunnen we in dit verband het ook eens hebben over ‘gepaste soberheid’ zonder in te boeten op kwaliteit als we plannen maken.
Het zou mooi zijn als coalitie en oppositie dit de komende tijd op een constructieve wijze met elkaar zouden kunnen bespreken.


