
Een avond politieke leerschool
AlgemeenAfgelopen Raadsvergadering bleek maar weer eens dat gelijk hebben niet hetzelfde is als gelijk krijgen in de politiek. Met verve verdedigde Nicolas Pesman zijn voorstellen die tot doel hebben meer inwoners naar de stembus te lokken, maar hij was ‘vergeten’ om zich voorafgaand aan het debat van politieke steun te verzekeren; het zogenaamde ‘politieke handwerk’. Daardoor werden zijn voorstellen van tafel geveegd en bleef hij achter met een paar nauwelijks baanbrekende toezeggingen.
Door Jan H. de Roij
Zonder de politieke leiders van de VVD en van de oppositiepartijen debatteerde de gemeenteraad afgelopen dinsdagavond over de voorstellen van Nicolas Pesman (HvW) die er toe zouden moeten leiden dat de opkomst in Wassenaar tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 hoger is dan in het verleden [zie het artikel in deze krant van 24 januari]. In de commissievergadering werd hier al over van gedachten gewisseld en daaruit bleek dat de partijen de voorkeur gaven aan bespreking eerst in een technisch commissie, maar dat Pesman dat niet wilde. Ook bleek toen dat het college voor zichzelf geen taak zag om bijvoorbeeld peilingen, stemwijzers, verkiezingsdebatten en pagina’s in deze krant te organiseren en financieren. Dit vanwege de noodzakelijke politieke neutraliteit die het college bij verkiezingen moet uitstralen. In een reactie gaf Pesman aan dat hij slechts van het college verlangt dat voorbereidende en faciliterende werkzaamheden worden verricht, maar dat de besluitvorming bij de Raad ligt. Wel moet ambtelijke ondersteuning worden geboden. Burgemeester Leendert de Lange antwoordde dat dat niet een taak is voor het college.
Uit het debat dat volgde werd al snel duidelijk dat er vanuit de coalitie geen steun bestond voor de voorstellen. Overigens Henri van Smirren (PvdA), die in de commissievergadering prominent het woord op dit onderwerp voerde, nam nu om “principiële redenen’ niet deel aan het debat. Volgens Rogier Krabbendam (D66) komt de lage opkomst ook voort uit een gebrek aan politiek vertrouwen “en dat poets je niet weg met een betere communicatie enkele weken voor de verkiezingen”. Bovendien gaat volgens hem de Raad niet over verkiezingen, maar de politieke partijen. De politiek leider van D66 vond het onbegrijpelijk dat Pesman geen draagvlak bij de fracties had gezocht in plaats van zijn voorstellen onvoorbereid in de Raad neer te leggen. Matthijs Stekelenburg (VVD) was van mening dat de vraag zou moeten zijn: “hoe gaan wij met elkaar om in dit Huis? Is dit altijd op de inhoud en met respect?” Kortom het imago van de Wassenaarse politiek zou eerst opgepoetst moeten worden. Jan Stallinga (CDA) had een analytisch betoog waarbij in onze gemeenschap sprake is van hen die “hoog en droog” zitten en weinig gemeenschapszin vertonen, tegenover de kansarmen. Beide groepen hebben weinig belangstelling voor politiek. Toen hij bij de Tocqueville was aanbeland, vond de voorzitter van de vergadering, Ben Paulides, het blijkbaar te diepgaand worden en kapte hem af.
Annemarie Hofman (LW) redeneerde dat bij een lage opkomst tijdens gemeenteraadsverkiezingen en hoge opkomst bij landelijke verkiezingen de mensen blijkbaar de relevantie van gemeentelijke politiek ontgaat en dat maakt de Pesmanvoorstellen relevant, die dit beaamde. Zijn generatiegenoten zouden niet weten dat er een gemeenteraad is “met moties en zo”. Hofman bemerkte ook wel dat de rest van de Raad niet positief gestemd was en wierp Pesman een reddingsboei toe door voor te stellen met elkaar in een Raadswerkgroep de verkiezingen voor te bereiden. Stekelenburg en Stallinga steunden dit voorstel expliciet. Pesman wees deze ‘ontsnappingsroute’ evenwel van de hand en bleef vasthouden aan het door hem gekozen pad.
Hofman kwam trouwens ook nog met het idee om in plaats van pagina’s in de Wassenaarse Krant te kopen zelf eenmalig een huis-aan-huis blad uit te geven, die de ‘Paauwse Post’ zou moeten gaan heten. Volgens haar niet veel duurder dan een paar pagina’s in de krant. Pesman prefereerde echter dat de gemeente de wekelijkse pagina’s ‘Gemeenteberichten’ voor een keer zou afstaan aan de politieke partijen. Hij wenste ook dat er een startsubsidie voor alle partijen zou komen, omdat naar zijn mening de landelijke partijen door de hoofdkantoren worden gefinancierd. Krabbendam en Stekelenburg bestreden dat. Er gaat geen geld van de landelijke partij naar de lokale vertegenwoordiging. Sterker nog, zo beweerden zij, de contributies van de Wassenaarse leden gaan naar het hoofdkantoor. Volgens Krabbendam zouden lokale partijen in het voordeel zijn indien zij betalende leden hadden.
Nader bevraagd zei de burgemeester dat het voor het college technisch uitvoerbaar is te onderzoeken of een website kan worden opgezet, een informatieboekje kan worden uitgegeven en de verkiezingsborden eerlijker verdeeld worden. Annemarie Hofman legde dat vast in een amendement, hetgeen volgens Krabbendam overbodig was, want de burgemeester had de toezegging al gedaan. Het amendement kreeg alleen de steun van de oppositiepartijen. Het voorstel van Pesman werd vervolgens verworpen met alleen de stemmen van HvW en LW voor. Pesman mokte na afloop dat hij de indruk had dat men tegen heeft gestemd, omdat het voorstel van hem en zijn partij afkomstig was. Daar zou wel eens een kern van waarheid in kunnen zitten, gelet op de verstoorde verhoudingen in de Raad. Echter, waarschijnlijk heeft het ook te maken met zijn onvoldoende meebewegen met wijzigende ontwikkelingen, waaronder het grijpen van kansen, en het niet op zoek gaan naar politiek draagvlak; de kernwaarden toch voor een politicus. Om positief af te sluiten: deze raadsvergadering samen met de eerdere commissievergadering zouden eigenlijk onderdeel moeten gaan uitmaken van de opleiding voor nieuwe raadsleden.








