
Gemeenteraad verleent ontheffing voor niet-ingezetene wethouder
AlgemeenDe gemeenteraad moest wederom beslissen om wethouder Laurens van Doeveren een jaar ontheffing te verlenen om niet woonachtig te zijn in Wassenaar.
Door Jan H. de Roij
Volgens de Gemeentewet kan de gemeenteraad voor de duur van een jaar ontheffing verlenen van het vereiste van ingezetenschap. Die heeft de Wassenaarse gemeenteraad in april 2023 aan wethouder Laurens van Doeveren verleend, toen hij namens de VVD wethouder van Financiën werd in het nieuwe college en daarvoor terug moest keren uit Atlanta alwaar hij voor het ministerie van Buitenlandse Zaken op het Consulaat was geplaatst. Vanwege zijn vertrek naar Atlanta had hij zijn woning in Wassenaar opgegeven. Bij terugkeer heeft hij zich gevestigd in Den Haag.
Eigenlijk geldt de ontheffing voor een jaar. De wetgever gaat er blijkbaar vanuit dat het mogelijk moet zijn om binnen een jaar een woning te vinden in de gemeente waar betrokkene wethouder is. Dat is van Doeveren blijkbaar niet gelukt. De gemeentewet biedt in dat geval de mogelijkheid om de ontheffing telkens met een periode van maximaal een jaar te verlengen. Maar er moet dan wel sprake zijn van bijzondere gevallen.
De fractievoorzitter van Lokaal Wassenaar, Jeroen Gankema, was in de gemeenteraad van 26 maart benieuwd naar wat dan precies die bijzondere omstandigheden zijn. Omdat de VVD het voorstel had ingediend, en niet het college, was het aan Charlotte Rogge, fractievoorzitter van de VVD, om het voorstel toe te lichten. Zij wees erop dat mede door zijn fractievoorzitterschap van de VVD van 2018 tot 2021 van Doeveren een sterke band heeft met Wassenaar en dat die band door woonachtig te zijn in Den Haag niet minder is geworden.
Dat hij ‘buiten de grenzen woont’ belemmert hem geenszins in de uitvoering van zijn taken als wethouder. Voorts wees zij erop dat hij “een competente wethouder is”. Dat laatste argument bestreed de fractievoorzitter van Hart voor Wassenaar, Henri Hendrickx. Hij wenste niet dat dat argument wordt gebruikt. Rogge liet het er verder maar bij en uiteindelijk werd het voorstel unaniem aangenomen.








