
Winkel van Pleun van der Marel (1929 -2024): Decennialang een begrip in wijk Deijleroord
AlgemeenOp 7 januari jl. overleed Pleun van der Marel op 94-jarige leeftijd. De in 1928 door zijn vader begonnen kruidenierswinkel aan de Tulpweg in Deijleroord groeide uit tot een begrip. ‘N. v.d. Marel en Zn’ stond tot op het laatst op deur (zie foto), maar wie in Deijleroord zei “even naar Pleun” te gaan, hoefde die bestemming aan niemand uit te leggen.
Door Jos Knijnenburg
Het is dit jaar dertig jaar geleden dat Pleun van der Marel en zijn echtgenote beiden een koninklijke onderscheiding ontvingen. “U bent een bijzonder echtpaar. En zo is het”, aldus toenmalig burgemeester drs. P.H. Schoute tijdens zijn toespraak in Raadhuis De Paauw, voorafgaand aan de uitreiking. Een verwijzing naar de beroemde karakterschets van Dik Trom, opgeschreven door diens schepper C. Joh. Kievit die enige tijd in Wassenaar woonde. Er was een tijd dat bijna elke buurt wel een handel in levensmiddelen had. De kruidenierswinkels van uitbaters als Remmerswaal (WAVO-Park), Kroon (Oostdorperweg) en Bakker (Den Deijl) waren meer dan alleen winkels voor de dagelijkse behoeften waar je oorspronkelijk nog van alles los kon kopen. De klanten waren veelal bekende gezichten. De vader van Pleun die als N. v.d. Marel de naamgever van de zaak werd, begon de winkel kort na de nieuwbouw (in 1927) van het hoekpand aan de Tulpweg 1. De meeste klanten zullen zich niet hebben gerealiseerd dat dit een schepping van de beroemde architect Co Brandes is geweest. De voormalige winkel heeft enkele jaren een ingrijpende metamorfose tot woonruimte ondergaan. Fraai te zien in een video op huizensite Funda, want het geheel is vorig jaar opnieuw in de verkoop gegaan. Inpandig herinnert niets meer aan de winkel van Pleun, met de kassa in de erker aan de voorzijde. Pleun kwam bij zijn vader in de zaak en na de oorlog werd het assortiment met zoals dat zo fraai heet “een vooruitziende blik” uitgebreid, met zaken als tijdschriften, gebak en rookwaren. Want in 1946 werd in Nijmegen de allereerste supermarkt in Nederland geopend, het begin van een ontwikkeling die talloze kleine buurtwinkels uiteindelijk de kop zouden kosten. Wassenaar vormde hierop geen uitzondering. Pleun kon zich opwinden over zoiets als een prijzenoorlog die grote ketens ontketenden. “Afbraak van andermans handel” waarbij de winst op andere waren wordt teruggehaald, liet hij in de Haagsche Courant optekenen. Deijleroord, een pionierswijk met herenhuizen die eind jaren twintig letterlijk middenin de weilanden in Wassenaar Noord werd gebouwd en lange tijd slechts een handjevol straten telde, kende meer bedrijvigheid dan alleen de winkel van de familie Van der Marel. De slagerij van Van Veen lag schuin aan de overkant van de Tulpweg. In 2018 schreef Leidschendammer Bob van der Heiden een boek over zijn jeugdjaren tussen 1934 en 1951 toen hij in de Hyacintstraat in Deijleroord woonde. Hij geeft daarin een mooie karakterschets van de wijk waarin Pleun van der Marel en zijn vader niet ontbreken. Zo schrijft hij over het grote bevrijdingsfeest waarmee Deijleroord het einde van de Tweede Wereldoorlog vierde. Kruidenier Van Der Marel zorgde voor het eten en drinken. “Waar hij dit allemaal vandaan haalde is ons een raadsel”, aldus Van der Heiden. Veertig jaar lang bestierde Pleun en vanaf 1963 samen met zijn echtgenote de winkel van acht tot zes uur ’s avonds en hadden daarnaast ook nog een gezin met drie kinderen. Pleun zette zich ook in voor de Hervormde Kerk. Generaties kinderen in Wassenaar Noord groeiden op met de kruidenierswinkel van Van der Marel, een economisch en sociaal ankerpunt in de wijk. Dankzij de naoorlogse uitbreiding van de woonwijk in Noord, waarbij ook scholen als de Jan Baptist (1948) en de Salvator (1960) werden gebouwd, zijn dat een heleboel Wassenaarders geweest. Van populaire tv-series als Pippi Langkous, Floris en de Fabeltjeskrant werden steevast populaire ruilobjecten als kauwgomplaatjes uitgebracht, die Van der Marel altijd in het assortiment had. Afgelopen zaterdag was de afscheidsdienst voor Pleun van der Marel in de Dorpskerk, waarna hij op het naastgelegen kerkhof is begraven.
