
‘t Hertenhuisje van Backershagen, een klein monument met een groot verhaal
AchtergrondDoor Anton Overklift Vaupel Klein
Verborgen tussen de hoge bomen en weidse lanen van Landgoed Backershagen in Wassenaar ligt een bijzonder gebouwtje dat al eeuwenlang de verbeelding prikkelt: ’t Hertenhuisje. Op het eerste gezicht lijkt het een charmant sprookjeshuisje, maar achter de witgepleisterde gevel schuilt een rijke geschiedenis van adel, natuur en behoud.
Een landgoed met diepe wortels
De geschiedenis van Landgoed Backershagen voert terug tot 1730, toen Cornelis Backer en zijn echtgenote Maria Clara van der Hagen de basis legden voor het huidige park. Hun naam leeft voort in de samenstelling Backer-s-Hagen. Het terrein groeide uit tot een van de meest karakteristieke buitenplaatsen van Zuid-Holland een plek waar architectuur, landschap en status samenvloeiden. Aan de rand van het landgoed, in de buurt van de hertenkamp, verrees aan het einde van de achttiende eeuw een klein gebouwtje dat later bekend zou worden als ’t Hertenhuisje. Oorspronkelijk diende het als schuilplaats en verzorgingsplek voor de herten die in de aangrenzende weiden graasden en als een bescheiden onderkomen binnen een wereld van grandeur.
Van dierenverblijf tot prinsessenspeelhuisje
In de negentiende eeuw kwam Backershagen in handen van prins Frederik en prinses Louise van Pruisen, leden van de Nederlandse koninklijke familie. Onder hun bewind kreeg het landgoed een meer romantische en parkachtige uitstraling. Het Hertenhuisje kreeg toen een nieuwe bestemming: het werd omgevormd tot speelhuisje voor hun dochter, prinses Marie. Het huisje werd liefdevol ingericht, met Delfts blauwe tegeltjes, een antieke schouw en ouderwetse meubeltjes alsof men een miniatuurversie van een adellijke salon had gecreëerd. Het idee dat een prinses haar jeugd doorbracht in dit kleine huisje te midden van de natuur, voegt een bijna sprookjesachtige laag toe aan de plek.
Architectonische charme
Architectonisch gezien is ’t Hertenhuisje een toonbeeld van eenvoud met verfijning. Het wit gepleisterde pand rust op een zwarte plint, heeft één bouwlaag en een zadeldak met Hollandse pannen. De zaagtandlijst langs de goot en de negenruits schuifvensters met luiken geven het gebouw zijn karakteristieke, landelijke uitstraling. Sommige bronnen noemen de Duitse architect H.H.A. Wentzel als mogelijke ontwerper of verbouwer, vooral vanwege de decoratieve details die het huisje onderscheiden van gewone dienstwoningen. Hoe klein het ook is, elk element lijkt met zorg ontworpen alsof het de essentie van de buitenplaats in miniatuurvorm wil vatten.
Van verleden naar toekomst
Na periodes van gebruik, verwaarlozing en leegstand kreeg het Hertenhuisje in de eenentwintigste eeuw een nieuwe bewoner. Menno Doornbos kocht het monument in 2020 en werkt sindsdien aan een zorgvuldig herstel en verduurzaming, met respect voor de oorspronkelijke bouw. Zijn inzet weerspiegelt een moderne kijk op erfgoed: niet als iets om in te bewaren, maar om mee te leven in balans met de natuur en met behoud van authenticiteit.
De reünie van de klas van 1964
Op 15 mei 2025 bezocht de HBO-B klas van 1964 van het Rijnlands Lyceum ’t Hertenhuisje. Menno legde de reünisten alles uit over zijn huisje in het bos.
Klein, maar van groot belang
Hoewel het vaak wordt genoemd als het kleinste bewoonbare rijksmonument van Nederland, is de betekenis van ’t Hertenhuisje allesbehalve klein. Het maakt deel uit van het grotere geheel van de buitenplaats Backershagen, waar ook de historische tuinaanleg, schelpengrot, theekoepel en padenstructuur nog herinneren aan een tijd waarin landschap en luxe hand in hand gingen. Het Hertenhuisje is daarmee niet alleen een curiositeit, maar een tastbare getuige van drie eeuwen Nederlandse buitenplaatsencultuur een klein juweel in het groen, waarin de echo’s van adel, spel en zorgvuldige restauratie samenkomen.







