
Wij zijn doeners, geen roepers aan de zijlijn
AlgemeenAan een Wassenaarse keukentafel, met een kop koffie, praten over de toekomst van Wassenaar, met Laurens van Doeveren en André van Herk, door de leden gekozen als lijsttrekker en lijstduwer voor de VVD-Wassenaar, bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026. Het gesprek gaat over actuele Wassenaarse zaken, sporthal, stroperige vergunningen, hang- praatplekken voor jongeren, woningbouw, vrijwilligerswerk, en vooral, doen in plaats van praten. Maar natuurlijk ook over de komende gemeenteraadsverkiezingen.
Door De Redactie
Van “ik ga nooit in de politiek” naar lijstduwer. André van Herk steekt niet onder stoelen of banken dat hij hier eigenlijk nooit had willen zitten. “Ik heb mijn leven lang gezegd, ik ga niet in de politiek. Ik kan buiten meer doen, dan krijg ik meer voor elkaar.” Hij vertelt hoe hij als ondernemer altijd bezig is geweest met vernieuwen, in de verhuisbranche, met containeropslag, netwerken, het verenigingsleven, kringloop, de thuiskamer voor ouderen. Niet uit idealisme op papier, maar door simpelweg te beginnen en vol te houden, ook als iedereen zegt dat het niet kan. Wat hem dan toch het politieke speelveld in trekt, is helder. “Ik zag bij Laurens hetzelfde terug wat ik mijn hele leven heb gedaan, dingen oppakken, doorzetten, ook als je tegenstand krijgt. De sporthal, het centrum, het strand, dat waren dossiers die al jaren lagen. Hij heeft gewoon doorgezet. Dat heeft mij warm laten draaien.” Van Herk noemt zichzelf geen theoreticus, maar een doener. Dat ziet hij ook als zijn rol in de campagne, mensen aanspreken die niet van lange vergaderingen houden, maar wél willen dat er in Wassenaar dingen van de grond komen.
Van Doeveren kijkt terug op twee intensieve jaren als wethouder. “Ondanks dat het niet altijd even gemakkelijk was met de gemeenteraad, heb ik heel veel steun gekregen vanuit de raad, maar ook vanuit de samenleving. Ik ben zeker veertig keer op werkbezoek geweest, bedrijven, winkels, sportverenigingen, buurtverenigingen enzovoorts.” Wat hem opvalt, is dat er heel veel betrokken Wassenaarders zijn die vooral één ding willen, dat langlopende dossiers eindelijk worden opgelost. Toen hij wethouder werd, trof hij stapels lopende dossiers aan. “Bij elk dossier heb ik mezelf één vraag gesteld. Waarom ligt dit al zo lang, welke knopen worden er niet doorgehakt.” Volgens Van Doeveren zit er bijna altijd een dilemma achter, verschillende belangen, een ingewikkeld traject, of politieke angst om een besluit te nemen. Zijn aanpak bestaat uit het zoeken naar draagvlak met en bij inwoners, ondernemers en verenigingen. In gesprek gaan, met steeds dezelfde vraag, wat is nu het Wassenaarse belang, wat is overall goed voor Wassenaar?
De rol van bestuurder pakken. “Een raadslid vergadert één keer per maand en vertelt wat hij verkeerd vindt, maar ook wat de aanpak moet zijn. Als wethouder sta ik dagelijks met mijn voeten in de modder. Ik moet mensen aansturen, afspraken maken, strategie bepalen.” Van besluit naar uitvoering gaan. Het werk stopt niet bij een raadsbesluit. “Op de dag dat de raad een voorstel aanneemt, ben ik met mijn mensen al bezig, hoe gaan we dit uitvoeren.” Hij benadrukt dat geen enkel traject “recht omhoog” gaat. “Je moet tegen een stootje kunnen. Als je bij elke tegenslag opgeeft, wordt het niks in dit vak.”
Tijdens het gesprek klinkt regelmatig irritatie door over wat zij ‘de roepers aan de zijlijn’ noemen. Van Herk zegt daarover, “Met lullen kom je er niet. Je hebt krachtpatsers nodig om dingen te realiseren. Je bereikt niks met mensen die alleen vanaf de zijkant roepen dat alles slecht is.” Van Doeveren sluit daarop aan als hij andere politici bespreekt. “Er zijn mensen die eindeloos roepen dat het slecht bestuur is, maar zonder één concreet idee. Dan kun je elke maand in de media klagen, maar daar lossen we geen sporthal, geen huizen en geen buitenruimte mee op.” Daarmee profileren Andre en Laurens zichzelf duidelijk als praktische bestuurders, soms een ietsie pietsie dwingend, soms ongeduldig, maar wel gericht op resultaat.
Ook woningbouw komt ruim aan de orde. De kern is eenvoudig, wie in Wassenaar opgroeit, moet ook een reële kans hebben om in Wassenaar te blijven wonen. De VVD-aanpak waar Van Doeveren en Van Herk op wijzen, komt neer op nieuwe locaties benutten. Zij noemen concreet de Kerkehout, de gemeentewerf, toekomstige schoollocaties die vrijkomen, de voormalige Nederlandse bank aan de Rijksstraatweg en bollen- of agrarische velden die via bestemmingsplanwijziging ontwikkeld zouden kunnen worden.
In het VVD verkiezingsprogramma wordt gesproken over de ambitie, om toe te werken naar duizend woningen. De locaties zijn er. Bestemmingsplannen aanpassen, eigenaren meekrijgen, dat is werk, maar het kan. Van Doeveren erkent dat er binnen Wassenaar, weerstand is tegen bouwen. Tegelijkertijd kun je niet eindeloos met minder inwoners dezelfde voorzieningen blijven betalen.” De keuze die hij schetst, is scherp maar eerlijk, óf een dorp dat durft te groeien en investeren, óf langzaam inleveren op voorzieningen.
Naast wonen leggen Van Doeveren en Van Herk de nadruk op thema’s als, veiligheid, sport en zorg voor ouderen. Veiligheid, geen symboolpolitiek. Van Herk heeft weinig met symbolische maatregelen. “Dat we in de Paauw-vijver lampionnetjes gaan hangen en rode tegels leggen omdat vrouwen zich veilig moeten voelen. Ik vind dat we moeten zorgen dát ze veilig zijn. Met goede verlichting en handhaving.” Voor jongeren pleit hij voor een andere benadering van zogenaamde hangplekken. “Ik noem het geen hangplek, maar praatplek. Niet in een donker hoekje, maar schoon, verlicht, in het zicht. Laat zien dat ze erbij horen in plaats van ze weg te drukken.”
Zowel Laurens als André zien sportverenigingen als bindmiddel van Wassenaar. Van Doeveren is zichtbaar trots op het realiseren van de nieuwe sporthal. Van Herk wijst erop hoeveel jeugd dankzij fondsen als Leergeld en vrijwilligers inzet tóch kan sporten. “Ik sponsor Leergeld zodat kinderen bij Blauw-Zwart kunnen voetballen. Het gaat erom dat iedereen mee kan doen.”
Een beeld dat lokale partijen lokaler zouden zijn dan de landelijke partijen. Dat beeld herkennen Van Doeveren en Van Herk niet. “Wij zijn de grootste lokale partij van Wassenaar. Straks hebben we een lijst met bijna vijftig Wassenaarders uit alle wijken. We bepalen hier zelf de koers, dat komt niet uit Den Haag.” Volgens van Doeveren is er een stille meerderheid in Wassenaar die je zelden ziet of hoort bij raadsvergaderingen, maar wél hetzelfde wil, namelijk een goed bestuurd dorp, geen onnodige ruzie en langlopende dossiers eindelijk opgelost “Die negentig procent die je nooit hoort, daar ben ik juist voor. Voor mensen die gewoon willen dat Wassenaar degelijk en betrouwbaar bestuur krijgt.”
Het gesprek is geen glad verkooppraatje. Er klinkt ook kritiek en zelfkritiek én ergernis over wat níet goed gaat. Bijvoorbeeld ambtelijke traagheid. Van Herk vertelt hoe een simpele vergunning voor een balkon en een kleine aanpassing al maanden duurt, met uitstel op uitstel. Van Doeveren erkent dat de gemeente Wassenaar “van ver komt” als het gaat om ontwikkelervaring. “We behandelen de gemeente nu als een ontwikkelaar, maar jarenlang is er weinig gebouwd. Binnen het ambtelijk apparaat hebben we gewoon weinig ervaring met groter denken.” Dossiers als het strandplan stuitte in de raad op tegenstemmen, soms puur om partijpolitieke redenen, zegt Van Doeveren. Hij noemt het voorbeeld van raadsleden die in gesprekken vóór plannen zijn, maar in de raad tóch tegen stemmen. Toch zien beiden deze weerstand niet als reden om dan maar niets te doen, maar juist als reden om door te zetten.
Zowel Laurens als André komen uit een traditioneel milieu, maar kozen bewust voor de VVD. André vertelt, “Thuis stemden ze KVP. Toen ik op mijn achttiende VVD stemde, kreeg ik op mijn donder. Maar ik zag, bij de VVD mensen zitten die iets ondernemen, die verder kijken dan hun eigen stoeptegels.” Laurens groeide op in Delft met een vader die zestien jaar CDA-gemeenteraadslid was. “Voor mijn vader was het leuker geweest als ik CDA’er was geworden, maar ik koos voor de VVD. Ik vind het belangrijk dat we uitgaan van het individu. Iedereen krijgt een eerlijke kans om er wat van te maken. En wie er meer van maakt door hard werken, mag daar ook iets meer van overhouden.” Tegelijkertijd benadrukt hij dat mensen die het niet zelf redden, niet mogen worden losgelaten. “Het is niet of-of. Je stimuleert eigen initiatief, maar je zorgt dat wie het echt niet kan, niet uit de boot valt.”
Aan het eind van het gesprek keert Van Doeveren terug op een nuchter inzicht. “We leven in een paarpersonen-democratie. Het gaat uiteindelijk heel vaak om de mensen die het werk doen, meer dan om de slogans.” Hij ziet het stuk in de Wassenaarse Krant dan ook vooral als een verhaal over personen en drijfveren. Over een wethouder die zegt zijn werk te willen afmaken. Over een ondernemer en vrijwilliger die zich in hem herkent en daarom toch de politiek in stapt en over een partij die volgens hen vooral beoordeeld wil worden op wat er zichtbaar verandert in het dorp, sportvoorzieningen, centrum, strand, woningen, buitenruimte, veiligheid
Waar de kiezer uiteindelijk zijn vakje rood maakt, is aan de inwoners van Wassenaar zelf. Maar wie wil weten waar Van Doeveren en Van Herk voor staan, krijgt aan deze keukentafel in ieder geval één duidelijk vertrekpunt mee. “Roepen vanaf de zijlijn kan iedereen. De kunst is om ergens je schouders onder te zetten, en het dan ook af te maken.”








