Een beeld uit 1997 van de bodemsanering achter de oude hekken van de toen al gesloopte MEOB-gebouwen.
Een beeld uit 1997 van de bodemsanering achter de oude hekken van de toen al gesloopte MEOB-gebouwen. Foto:

Grondwatervervuiling MEOB op Maaldrift 2 in control door sanering en natuurlijke afbraak

Algemeen

Ruim 36 jaar nadat het Marine en Elektronisch Optisch bedrijf (MEOB) verhuisde van een terrein aan de Rijksstraatweg/A44 naar Oegstgeest zijn de sporen van de door de bedrijfsvoering veroorzaakte ernstige bodemvervuiling nog altijd aanwezig in het grondwater onder het hier later gerealiseerde bedrijventerrein Maaldrift 2 en een omvangrijk deel van het aangrenzende poldergebied aan de andere zijde van de A44. De verontreiniging, die hoofdzakelijk bestaat uit gechloreerde koolwaterstoffen, is dankzij meerdere uitgevoerde bodemsaneringen en een natuurlijk afbraakproces inmiddels zodanig verminderd, dat de jarenlange monitoring kan worden gestaakt, zo blijkt uit een gewijzigd saneringsplan van de Omgevingsdienst Haaglanden, dat tot en met 27 september a.s. ter inzake is gelegd.

Door Jos Knijnenburg

Het MEOB was nog niet koud uit Wassenaar vertrokken toen al vermoedens rezen dat er letterlijk een smet kleefde aan het militaire verleden van het ruim 3 hectare metende terrein dat Wassenaar op het oog had voor een fysieke uitbreiding van het aangrenzende bedrijventerrein Maaldrift 1. In 1992 kwam uit een in opdracht van Defensie uitgevoerd onderzoek naar voren dat er op meerdere plekken binnen de hekken van het terrein sprake was van een matige tot sterke verontreiniging van zowel bodem als grondwater. Meerdere saneringen in de jaren negentig, waarbij zowel grond werd afgegraven als opgepompt grondwater werd gezuiverd, konden niet voorkomen dat de gemeente Wassenaar een voor 100 procent brandschoon stuk grond van defensie kon overnemen. De daarvoor benodigde technieken bleken niet voorhanden. 

Uiteindelijk besloot de provincie als zijnde het daartoe bevoegde gezag, dat de grond op een bepaald moment geschikt was als nieuw bedrijventerrein. Een besluit waaraan wel voorwaarden waren verbonden. Het uitgangspunt was dat de nog aanwezige restverontreinigingen, waaraan volgens de provincie in een brief uit 2001 “geen actuele risico’s zijn verbonden”, voorlopig in de grond zouden kunnen blijven zitten. Er werd een zorgplan opgesteld waarin stond vermeld hoe de nog aanwezige verontreinigingen in de gaten zouden worden gehouden (gemonitord). Daarnaast werden er richting de toekomstige gebruikers van het bedrijventerrein voor bepaalde plekken gebruiksbeperkingen geformuleerd, bedoeld om eventuele toekomstige saneringen mogelijk te kunnen maken. 

Vanaf 2001 kon het toen al vele jaren braakliggende terrein eindelijk worden bebouwd. Het thans ter inzage gelegde gewijzigde saneringsplan is opgesteld omdat het lopende saneringsplan uit de jaren negentig niet meer aansluit bij de inmiddels gewijzigde wet- en regelgeving. Het nieuwe plan gaat uitvoerig in op de ontwikkelingen voor wat betreft de bodemvervuiling op en nabij het bedrijventerrein Maaldrift. Gebaseerd op een jarenlange monitoring van bodem en grondwater op een groot aantal plekken, zowel op het huidige bedrijventerrein als in het aangrenzende poldergebied aan de oostzijde van de A44. Naar schatting is in een bodemvolume maar liefst 430.000 m3 (de onderzoekers noemen dat de pluim) sprake van een vorm van verontreiniging van het grondwater, waarvan het gros (240.000 m3) zich op een diepte van 20 tot 40 meter onder maaiveldniveau bevindt. Wellicht nog verrassender is dat de verontreiniging zich ondergronds vanaf Maaldrift 2 door de diepere ligging van de polder aan de oostkant van de A44 heeft uitgebreid over een weidegebied, gelegen tussen de Rijnlandroute en het landgoed Zuidwijk dat zich uitstrekt tot aan de Veenwatering. 

Gelukkig is er ook goed nieuws. Het brongebied van de vervuilingen op Maaldrift II had oorspronkelijk een oppervlakte van 2900 m2, na de diverse saneringen bleef daar ongeveer 10% van over. Uit de jarenlange monitoring is gebleken dat ook binnen dat gebied, waarvan het zwaartepunt nabij de kruising Marineweg/Hangaarweg is gelegen, nog wel sprake is van verontreiniging, maar dat de omvang daarvan is afgenomen. De omvang van het vervuilde bodemvolume dat zich ondergronds dus tot ver in de polder buiten Maaldrift II uitstrekt neemt af dankzij een proces van natuurlijke afbraak. De onderzoekers spreken van een “stabiele eindsituatie” waarbij er geen actuele risico’s voor mens, planten, dieren en verdere verspreiding zijn. Volgens het rapport is het verantwoord om de monitoring te beëindigen. Wel met de kanttekening dat de vereiste bouwvoorschriften bij toekomstige sloop en nieuwbouw in stand blijven zodat een eventueel toekomstige sanering die om welke reden dan ook gewenst is, mogelijk blijft.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Advertenties