
Journalist Leo van der Velde (1947 - 2025) kleurde decennia van 100 jaar Gemeentehuis De Paauw in
AchtergrondDe vorige week woensdag overleden Haagse journalist Leo van der Velde was volgens de hoofdredactie van AD/Haagsche Courant “afgestudeerd in Hagenaars en Hagenezen”, maar promoveerde op de Wassenaarder. De titel van zijn dissertatie uit 1999: ‘Ballen en Kwallen in Wassenaar’ dekte eigenlijk maar een smaldeel van de populatie die Leo tientallen jaren beschreef.
Door Jos Knijnenburg
Want Leo schetste de wetenswaardigheden in Zuid en Noord, beschreef burgemeesters en bodes en schreef net zo makkelijk over mensen met oud, nieuw, veel of helemaal geen geld in de portemonnee. Als correspondent voor Wassenaar van dagblad Haagsche Courant (vanaf 2005 AD/Haagsche Courant), maar ook in Weekblad De Wassenaarder (1951 – 2013), waarvan zijn echtgenote Sonja van Gerven ruim 30 jaar de redactie voerde heeft Leo van der Velde een onuitwisbaar stempel op de lokale en regionale journalistiek in Wassenaar gedrukt. Hij nam bij De Wassenaarder destijds het stokje van eigenaar en uitgever Lex Lodder (1915 – 1988) over toen deze ziek werd, maar droeg het redacteurschap na jaren over op Sonja met wie hij zijn leven lang lief en deed deelde, maar bleef haar met raad en daad terzijde staan. Leo van der Velde heeft in zijn leven zoveel over Wassenaar en haar inwoners geschreven, dat het vrijwel ondoenlijk is om herinneringen op te halen zonder mensen tekort te doen. Er is de afgelopen week veel over Leo als mens en journalist geschreven. Ik maakte persoonlijk kennis met hem in 1985 toen ik als correspondent Wassenaar voor het Leidsch Dagblad begon. Er was destijds nog een heel palet aan regionale dagbladen en lokale kranten. Wie nieuws uit raads- of commissievergaderingen wilde optekenen moest fysiek naar Raadhuis De Paauw want meekijken op afstand was er toen nog niet. De zware houten perstafel achter de publieke tribune was soms te klein om het hele journaille, voorzien van stapels papieren raadsstukken, zonder ellebogenwerk te huisvesten. Leo had een blocnootje met ezelsoren en schreef met een afgekloven pennetje waarop drie letters stonden: CRM. Een stille verwijzing naar zijn broodwinning op het gelijknamige ministerie waar hij in de beveiliging zat. Daar praatte Leo niet veel over en dat gold ook voor zijn leeftijd. De aanwezigheid van Leo op De Paauw was buiten al van verre zichtbaar want zijn auto viel qua formaat, ouderdom en vermoedelijke staat van onderhoud nogal uit de toon tussen de glanzende bolides voor het bordes. Leo had niets met auto’s en parkeerde graag voor de deur want hij wandelde liever in dan buiten Raadhuis De Paauw. Tijdens vergaderingen met ellenlange debatten zonderde hij zich vanuit de raadszaal graag even af en belandde niet zelden in de pantry bij de bode, die net als Leo vurig hoopte dat de dames en heren het niet te lang zouden maken. Minder blij was hij als hij voor zijn reis vanuit Den Haag naar Wassenaar al van zijn redactie had vernomen dat ze de volgende dag weinig ruimte in de krant zouden hebben. Een hele avond naar Wassenaarse politici luisteren voor een éénkolommertje in de Haagsche, mopperde hij dan. Behalve dat Leo een netwerk had waar Ziggo jaloers op zou zijn, beschikte hij over een belangrijke eigenschap van een goed journalist: goed luisteren. Daar werd ik kort na onze kennismaking al mee geconfronteerd. Ik vertelde hem trots over mijn eerste paginagrote verhaal in het Leids Dagblad. Hij luisterde aandachtig en vroeg of ik misschien een exemplaar voor hem kon regelen. De commissievergadering duurde zo lang dat we tijdens de behandeling van één enkel agendapunt met Leo’s auto een krant bij mij thuis konden ophalen en bij terugkomst niets aan enige nieuwswaarde hadden gemist. Ik vroeg me in stilte af wat Leo met het onderwerp zou doen. Het antwoord kwam een dag later. Leo had mijn enthousiaste toelichting verwerkt in een stuk in de Haagsche Courant. Puur door goed te luisteren en zonder een letter op papier te noteren, had Leo een verhaal gecomponeerd dat klopte als een zwerende vinger.

