
Krabbendam verlaat de politiek
PolitiekIn een brief aan de leden kondigde D66-leidsman, Rogier Krabbendam, aan om na de verkiezingen niet terug te keren in de Wassenaarse Gemeenteraad. De partij zal op zoek moeten naar een nieuwe lijsttrekker voor de verkiezingen en straks een nieuwe fractievoorzitter. Het zal niet eenvoudig zijn om in de voetsporen van Krabbendam te treden. Hij heeft ontegenzeggelijk, ondanks het bescheiden aantal zetels in de Raad, een belangrijk stempel gedrukt op de gemeentepolitiek. In de ogen van velen is zijn belangrijkste wapenfeit het op zijn initiatief tot stand gekomen Burgerberaad Verkeer, waarbij hij ook het college de weg heeft gewezen hoe om te gaan met de adviezen uit het Beraad. Zijn terugtreden als fractievoorzitter na de verkiezingen was voor ons aanleiding om hem te interviewen.
Door Jan H. de Roij
U bent voor D66 sinds 2022 actief in de Wassenaarse politiek. Wat is de reden om na vier jaar terug te treden en blijft u op een andere wijze politiek actief?
“Laat ik voorop stellen dat ik met tevredenheid terugkijk op ‘mijn raadsperiode’. Het was niet altijd leuk - daar komen we ongetwijfeld dadelijk nog op - maar wel leerzaam. Wat echter steeds meer opspeelde was de wissel die het raadswerk trok op mijn gezin. Mijn vrouw en ik hebben fulltime drukke banen en onze jonge kinderen vergen ook de nodige aandacht. Daarom kies ik voor nu voor mijn gezin en mijn werk. Dat betekent ook dat ik de politiek voorlopig helemaal vaarwel zeg en ook niet beschikbaar ben voor een wethouderschap. Ik blijf het wel volgen. Politiek is een vreemde hobby die ik heb.”
Wat was er niet altijd leuk?
“Tegenover het plezier waarmee ik in de fractie en in de coalitie heb samengewerkt, heeft de gemeentepolitiek ook negatieve kanten. Ik doel daarbij op de sfeer in de gemeenteraad en de omgang met elkaar. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de val van het vorige college. Dat heeft op sommige politici een enorme impact gehad en dat vertroebelde de verhoudingen. Ik moet wel zeggen dat de laatste tijd partijen uit coalitie en oppositie toch weer wat meer naar elkaar toetrekken. Daarnaast is het natuurlijk zo dat D66 als redelijke partij ver af staat van populistisch gedrag. Ik heb ervoor gekozen om in raadsvergaderingen niet iedere keer daarop te reageren, maar mijn tegenvuur gedoseerd te presenteren. Je moet een balans vinden; niet te veel aandacht geven.”
In het verlengde daarvan, hoe kijkt u aan tegen de bestuurscultuur?
“De bestuurscultuur zou wel eens de achilleshiel voor onze zelfstandigheid als gemeente kunnen zijn. Als er een sfeer blijft van verdachtmakingen dan zal het na de verkiezingen lastig zijn om samen te werken. De inzet zou moeten zijn te streven er samen uit te komen en daar horen compromissen bij en niet zand in de raderen strooien waardoor je niet tot besluitvorming komt”.
Kan Wassenaar überhaupt de zelfstandigheid wel aan?
“Dat zou wel moeten lukken, maar het neemt niet weg dat er grote uitdagingen zijn. Gerelateerd aan bestuurscultuur is ook sprake van een onder druk staande bestuurskracht. Inwoners verwachten veel van de gemeente, die niet altijd snel kan reageren. Dit legt een druk op de ambtelijke capaciteit. Tegelijkertijd moeten mensen wel realistisch zijn. Ook politici overigens, die soms een groot beslag leggen op het ambtenarenapparaat. Daarnaast spelen er in ons dorp een paar grote dossiers, zoals Jeugdzorg, die voor een kleine gemeente als de onze moeilijk te behappen zijn.”
Hoe wilt u herinnert worden. Met andere woorden wat zijn uw ‘successen’?
“Wat mij persoonlijk betreft, heb ik altijd getracht constructief samen te werken met het college, in de coalitie en in de Raad. Na de val van de coalitie van Hart, VVD, Lokaal en GL moest ik namens mijn partij tot overeenstemming zien te komen met vier andere heel diverse partijen en die fragiele samenwerking met een nipte meerderheid in de raad overeind zien te houden. Dat is ons gelukt. Daarbij hebben we als partij met name ingezet op onderwijs, wonen en zorg en ook in de persoon van Ritske Bloemendaal een wethouder geleverd die daarvoor binnen het college verantwoordelijk werd, mede namens de PvdA Met het Integraal Huisvestingsplan Scholen hebben we een duidelijk stempel weten te drukken evenals met onze inzet voor schoolstraten en groene schoolpleinen. Ook is het ons gelukt om tot een besluit te komen over de dorpskern. En dan is er natuurlijk het Burgerberaad. Als D66 wilden we dit politieke instrument om de inwoners dichter bij de politiek te brengen op de agenda plaatsen. Toen uit de discussies in de Raad bleek dat we nog niet toe waren aan besluitvorming over het Wegencategoriseringsplan, leek ons Verkeer een goed onderwerp voor het Burgerberaad. Ik kijk met tevredenheid terug op het resultaat en de betrokkenheid van de deelnemers. Er ligt een groot aantal adviezen op tafel die we meenemen tijdens de besluitvorming over het Wegencategoriseringsplan eind dit jaar.“
Tot slot wat zijn de uitdagingen voor de komende jaren en zou de inzet bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart moeten zijn?
“Wat D66 betreft kan ik daar nog weinig over zeggen, want ons verkiezingsprogramma is nog niet gereed, maar in algemeenheid zie ik grote uitdagingen bij de Ouderenzorg en de Jeugdzorg. Gaan we dat financieel nog wel redden gelet op de opstelling van de Rijksoverheid? Een ander belangrijk onderwerp is de woningbouw met name voor ouderen en starters. Als we ons groen willen behouden zullen we het moeten zoeken in kleinschalige projecten en herontwikkeling. Bovenal is de komende jaren van belang op samenwerking gerichte omgangsvormen.








