
Vaccinatieniveau in Wassenaar ‘op het randje’
AlgemeenDe vraag is of we ook in Wassenaar ons zorgen moeten maken over de afnemende vaccinatiebereidheid met als gevolg een uitbraak van mazelen en sterfte onder zuigelingen door kinkhoest. De cijfers voor ons dorp zijn niet dramatisch slecht, maar er zou een tandje bij mogen om echt comfortabel te zijn. De cijfers lijken wel vertekend door niet-geregistreerde vaccinaties.
Door Jan H. de Roij
Bezorgde berichten de laatste tijd over een mazelenepidemie die door Europa raast, en inmiddels Eindhoven heeft bereikt, en een toenemend aantal meldingen van kinkhoest onder baby’s en de gruwelijke dood van vier van hen. Als oorzaak wordt gewezen naar een vaccinatiegraad die onder de kritische grens is gedaald. Hoe staat het daarmee in Wassenaar?
Allereerst de mazelen. De vaccinatie tegen mazelen maakt deel uit van de ‘BMR-cocktail’- Bof, Malaria en Rode Hond- en wordt in twee inentingen verstrekt; de eerste bij 14 maanden en de tweede bij 10 jaar. Voldoende groepsimmuniteit treedt voor mazelen pas op bij een vaccinatiegraad van tenminste 95%. Landelijk zitten we daaronder: eerste inenting 89% en tweede inenting 85%. Het gaat hier om een gemiddelde. In de biblebelt en bepaalde wijken in de grote steden ligt de vaccinatiegraad veel lager. Ook Wassenaar haalt de norm niet: vaccinatiegraad bij eerste inenting 92,5% en bij tweede inenting maar 80,1%. Als je over de laatste 17 jaar naar de vaccinatiecijfers kijkt dan zien we in Wassenaar een wisselend beeld. De vaccinatiegraad van de eerste, belangrijkste, inenting varieert tussen 90% (2006) en 96,8% (2011) en er kan niet echt gesproken worden van een duidelijke afname de laatste jaren.
Dan de andere belangrijke vaccinatie DKTP: Difterie, Kinkhoest, Tetanus en Polio. De benodigde vaccinatiegraad ligt volgens de WHO iets lager dan bij Malaria, te weten: 90%. Zuigelingen krijgen vier inentingen bij 2, 3, 5 en 11 maanden. Een vijfde inenting volgt bij 4 jaar en dan nog een –zonder Kinkhoest- bij 9 jaar. Bovendien kunnen zwangeren zich tegen kinkhoest laten vaccineren, waardoor de inenting bij 2 maanden komt te vervallen. Landelijk wordt de 90% grens net niet gehaald. Bij zuigelingen blijft de vaccinatiegraad steken bij 88% en bij kleuters op 89%. Echter is dit is een landelijk gemiddelde. In Wassenaar bedraagt de vaccinatiegraad respectievelijk 90,7% en 89,8%. Ook hier kan in Wassenaar niet geconcludeerd worden dat de laatste jaren de vaccinatiegraad gedaald is. Deze schommelt voor zuigelingen sinds 2007 ieder jaar tussen de 90,2% (2017) en 95,1% (2012).
Bij de cijfers moet een kanttekening worden geplaatst. Bij de vaccinatiegraad worden de ‘anonieme vaccinaties’ niet meegeteld. Het gaat daarbij om mensen die geen toestemming geven om de vaccinatiegegevens te delen met het RIVM. Op welk niveau zich dat cijfer voor Wassenaar bevindt, is niet bekend. Landelijk zou het, naar verluidt, om 5% gaan. Op vragen van Francoise van Leeuwen (HvW) over de lage vaccinatiegraad in Wassenaar verwees verantwoordelijk wethouder Ronald Zoutendijk hier onder andere naar.
Van Leeuwen stelde in de Commissievergadering Mens en Maatschappij van 13 maart vragen aan de wethouder naar aanleiding van de vaccinatiecijfers in Wassenaar. Volgens de wethouder is ook in onze gemeente sprake van een afnemende vaccinatiebereidheid en “wantrouwen in vaccinaties”. Een andere verklaring voor de lage cijfers zou nog kunnen zijn dat in Wassenaar veel expats verblijven en dat van hun kinderen de vaccinatiegegevens niet bekend zouden zijn. Op de vraag of de wethouder mogelijkheden ziet de vaccinatiegraad in ons dorp te verhogen, antwoordde hij dat er voortdurend overleg is met de Wassenaarse Jeugdgezondheidszorg en dat die organisatie zal deelnemen aan de jaarlijkse vaccinatiedag om daarmee de vaccinatiebereidheid te vergroten.
En tot slot nog een cijfer. Deelname aan het volledige vaccinatieprogramma ligt landelijk op 84,2% en in Wassenaar op 86,8%. Volgens de WHO wordt voor alle aandoeningen in het vaccinatieprogramma groepsimmuniteit bereikt bij 90%, behalve voor de uiterst besmettelijke malaria waar de drempelwaarde 95% is.
