
Lijvige biografie Theo van Gogh (1957 - 2004) schetst eigenzinnige jeugdjaren in Wassenaar
AlgemeenDe in 2016 uitgebrachte biografie ‘Boud’ van de in Wassenaar opgegroeide schrijver Boudewijn Büch (1948 -2002) omvatte 575 pagina’s. De vorige week verschenen biografie ‘De Bolle Gogh’ van generatie- en dorpsgenoot Theo van Gogh (1957 - 2004) is geheel stijl met de hoofdpersoon nog wat zwaarlijviger uitgevallen. De spreekwoordelijke stoeptegel met 688 bladzijden is echter boeiende kost en leest als een trein. Auteur en historicus Jaap Cohen gaat uitgebreid in op de jeugd van de filmmaker, columnist en interviewer die op zijn zevende jaar in Wassenaar komt wonen. Op school en thuis komen zijn bovengemiddelde taal- en spreekvaardigheid al snel bovendrijven. Wapens die hem als latere onconventionele ridder van het vrije woord uitstekend van pas komen.
Door Jos Knijnenburg
“Theo verdient een goede biografie”, aldus (de in 2019 overleden) vader Johan van Gogh in de uitgebreide proloog van ‘De Bolle Gogh’. Het is een verslag van de eerste ontmoeting tussen de biograaf en de ouders van Theo van Gogh. Plaats van handeling is de villa van de familie, gelieerd aan de wereldberoemde schilder Vincent van Gogh, aan de Prinses Marielaan in Wassenaar en we schrijven 7 mei 2016. De lezer wordt daarmee als het ware het levensverhaal van Van Gogh binnen gezogen. Zeven jaar werkt Cohen aan het boek. De hoeveelheid bronmateriaal is overstelpend. Theo van Gogh maakte speelfilms en documentaires, interviewde honderden prominente Nederlanders op tv en was een enorm productieve schrijver. Befaamd als columnist voor talrijke periodieken waar hij niet zelden met bonje vertrok. Van Gogh was daarnaast een begenadigd schrijver van brieven, zijn biograaf trof in het archief vele dozen vol schrijfsels. Maar ook schoolrapporten uit zijn Wassenaarse tijd zijn bewaard gebleven. Met de kanttekening dat hij in het dorp waar hij opgroeide zowel meerdere lagere als middelbare scholen heeft bezocht. Op het oog zijn er veel overeenkomsten met de werkwijze van Eva Rovers, de biografe van dorpsgenoot en eveneens later Amsterdams ingezetene Boudewijn Büch. Zij werkte vijf jaar aan ‘Boud, het verzameld leven van Boudewijn Büch’ en werd net als Jaap Cohen geconfronteerd met een erfenis van een onvoorstelbare omvang. Theo van Gogh en Boudewijn Büch, er is inmiddels een nieuwe generatie na hen, zijn beiden op het internet nog springlevend. Op Youtube is tal van hun werk nog altijd te zien. Ze kenden elkaar goed en in 2004 worden de brieven van Van Gogh aan Büch gebundeld uitgegeven. Veelal door Theo ondertekend met “Dikke kus van de bolle Gogh”. De hoogmis van de herinnering aan hun beider jeugd in Wassenaar is het tv-gesprek tussen de twee dat ze begin jaren negentig opnemen bij De Engel in de Prinsessentuin naast Raadhuis de Paauw. Theo van Gogh was volgens Eva Rovers al ver voordat Büch overleed gebiologeerd door zijn “gefabuleer”, zoals hij überhaupt mateloos geboeid was door de menselijke impuls om te liegen en dat ten koste van alles te verhullen. Vlak voor zijn dood in 2004 kwam Van Gogh schrijver Joost Zwagerman tegen en riep dat hij een idee had voor een film over “Het kasteel van leugens dat Boudewijn Büch heeft gebouwd”. Inspiratie genoeg want al snel na de dood van Büch werd in talrijke publicaties hardhandig afgerekend met diens verhalen over onder mee zijn vader en vermeende zoon, psychiatrisch verleden en academische titel. Büch bestreed zijn eenzaamheid met het aanleggen van buitengewone verzamelingen, vele reizen en door zich een slag in de rondte te werken. Zijn enorme productiviteit deelde hij onmiskenbaar met Theo van Gogh, maar tegelijkertijd verschilden zij dag en nacht. Van Gogh was voor de buitenwereld de beroepsprovocateur die als columnist jarenlang vetes uitvocht, beledigde en beschimpte. Maar ook een beminnelijk man voor zijn vrienden en naasten, stapelgek op zijn zoon Lieuwe. Gul, hartelijk en zeer energiek. Theo van Gogh was onmiskenbaar een meesterlijk interviewer die al kettingrokend zijn gesprekspartners niet zelden verrassende uitspraken ontlokte. ‘De Bolle Gogh’ omvat veel humoristische passages, ook over Wassenaar. Hotel Bianca tegenover de molen, waar Van Gogh leerde innemen, wordt vergeleken met Fawlty Towers. Op pad voor de lokale politiek in Zuid worden ”subversieve” liederen ten gehore gebracht zoals ‘Het is de schuld van het kapitaal’ en Theo van Gogh blijkt een succesvolle verkoper van ochtendkranten aan automobilisten nabij Den Deijl te zijn geweest. Hij zocht soms net zo lang naar wisselgeld totdat het licht op groen sprong en iedereen moest doorrijden. Foto: De bundel ‘Wassenaerse brieven van Theo van Gogh aan Boudewijn Büch (2004).
