Afbeelding

Mijn bijzondere vriend Bill van der Meulen

Algemeen

Zo aan het eind van het jaar heb je – zeker wanneer je tot de selecte groep van ouderen behoort – de neiging om aan vroeger te gaan denken en dan niet alleen aan het afgelopen jaar. Ik heb in mijn leven, uiteraard los van mijn vrouw, één echte soulmate gehad en hoewel hij alweer 17 jaar geleden overleden is, denk ik nog vaak aan hem.

Willem Karel Damman van der Meulen is op 15 oktober 1923 in Gorredijk geboren. Na het behalen van het einddiploma gymnasium is hij bij zijn vader gaan werken die een assurantiebedrijf had. Na enkele jaren in Den Haag gewerkt te hebben is hij naar Rotterdam vertrokken om daar een reclamebureau op te zetten. In 1956 werd hij directeur van het bekende reclamebureau Nijgh en van Ditmar en in 1970 stapte hij over naar de uitgeverij A.W. Sijthoff in Leiden en ook hier werd hij directeur. Na zes jaar bij Sijthoff gewerkt te hebben is hij in Den Haag weer voor zichzelf begonnen met een reclamebureau. Hij was niet alleen een begaafd tekenaar maar ook een taalkunstenaar van grote klasse. Door zijn werk in de reclamewereld en die van de uitgeverijen heeft hij mensen als Kees van Kooten en Wim de Bie, Godfried Bomans, Michel van der Plas en Willem Duys leren kennen. Na de Tweede Wereldoorlog heeft hij zijn voornaam veranderd in Bill en ik heb hem dan ook leren kennen als Bill van der Meulen. Bill is op 20 oktober 2006 in Wassenaar overleden.

Samen met zijn vrouw Mieke heeft hij in 1956 een tweetal huisjes die in de wijk Kerkehout stonden gekocht. Deze huisjes zijn in 1814 gebouwd op de plaats waar daarvoor de boerderij van de familie van der Pluijm heeft gestaan. Deze twee huisjes zijn samengevoegd tot één huis dat de naam Oud-Pluymestein kreeg. Hij heeft hier samen met Mieke van 1958 tot 1995 gewoond. Hun dochter Annemiek is in 1962 geboren. In 1995 zijn Mieke en Bill bij mij in de buurt komen wonen op het adres Dominee Honderslaan 5.

Het was op een warme zomernamiddag dat ik in mijn tuin gitaar zat te spelen. Uiteraard zachtjes om mijn buren niet te laten meegenieten. Plotseling klonk er keiharde jazzmuziek. Ik vroeg me af waar dat vandaan zou komen want zoveel lawaai hoorde je eigenlijk nooit in onze buurt. Het bleek uit een tuin aan de achterkant van ons huis te komen. Ik opende het hekje van die tuin en zag daar een man op een stoeltje zitten. Naast hem stond een radio en daar kwam die muziek uit. Ik vroeg hem of hij het geluid wat harder wilde zetten en zo hebben we elkaar leren kennen. Hij had waarschijnlijk verwacht dat ik zou vragen om het geluid zachter te zetten maar zo’n voor de hand liggende vraag zal ik niet gauw stellen. Hoewel Bill ruim 13 jaar ouder was dan ik, speelde dat leeftijdsverschil geen enkele rol en dat gold ook voor de manier waarop we tot dan toe geleefd hadden. Totaal verschillend. We hadden wel veel gemeen zoals de liefde voor een bepaald soort jazzmuziek. We waren allebei fan van de trompettisten Clifford Brown en Chet Baker en de pianisten Nat King Cole en Diana Krall. Bill kon zelf overigens ook piano spelen. Maar vooral ook door de manier waarop we met taal omgingen. En niet te vergeten ons gevoel voor humor dat duidelijk afweek van dat van anderen. Er gingen wekelijks gedichten heen en weer. Eén van die gedichten heeft een plaatsje gekregen op een muur bij de Berkheistraat. Het gaat over mijn vader en je moet maar eens gaan kijken. Het is één van de gedichten uit de poëzieroute die ons fraaie dorp nog fraaier maakt. In dit gedicht staat de zin: Net op tijd bijeen geharkt waarmee Bill bedoelt dat ik vlak voor het overlijden van mijn vader een goed gesprek met hem gevoerd heb en wat wil je als kind nog meer? Het laatste jaar voordat Bill overleden is, kwam ik vrijwel dagelijks bij hem op bezoek. We spraken over van alles en nog wat zoals over de biografie van de schoolmeester Jan Ligthart die ik in die tijd geschreven heb. Hij heeft me geholpen met de lay-out en daar ben ik hem nog dankbaar voor. Alleen al daardoor is het een prachtig boek geworden. Overigens kan zijn dochter Annemiek er ook wat van. Zo heeft ze een kinderboek dat ik samen met mijn jongste zoon Taco gemaakt heb en een boekje over een deel van mijn jeugd, waar Taco de illustraties ook voor gemaakt heeft, geredigeerd met een prachtig resultaat als gevolg.

Tot slot een gedicht dat ik voor Bill geschreven heb.

Bill

Als ik je zo zie zitten, geborgen in je stoel.
Dan durf ik niet te storen, dan heb ik ’t gevoel,
iets moois te onderbreken, een mijmering, een zucht,
van dingen die voorbijgaan, de zon, de blauwe lucht.

Ook ik ken die momenten, dan ben ik graag alleen.
Dan denk ik diepe dingen of staar wat voor me heen.
Dat wou ik even zeggen, we zien mekaar heel vaak
en als ’t weer zover is, dan is ’t altijd raak!

Carl Doeke Eisma

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Advertenties