Afbeelding

Dit doe ik voor een ander: Kees Kooimans

Door Loes Rietvelt

Iedere dag tussen 06.00 en 07.00 uur ‘s ochtends is Kees Kooimans (71) op het strand te vinden. Niet voor een stevige strandwandeling, maar om langs de kustlijn te rijden met zijn ‘zeehondencentrumwagen’. Daarnaast rijdt hij regelmatig uit na meldingen van de dierenambulance, de reddingsbrigade, strandtenten of wandelaars wanneer er een zeezoogdier is aangespoeld. Dat gebeurt regelmatig.

“Er spoelt hier van alles aan”, aldus Kees. “Zeehonden, bruinvissen, zeepaardjes, kleine zandhaaien en soms zelfs een dolfijn.” Daarnaast komt hij ook vaak opdraven voor bijvoorbeeld een gewonde jan-van-gent, zeekoet of zeemeeuw. “In deze tijd van het jaar word ik vaak gewaarschuwd als er een jong zeehondje in de branding ligt. ”Kees kan veel vertellen over deze dieren en waarom hij vorig jaar vaak moest uitrukken. “Er zijn grijze en gewone zeehonden. De grijze worden in de winter geboren, de gewone — de donkergrijze — in de zomer. Na de geboorte, die altijd op land plaatsvindt, blijven de jongen maar tussen de 19 en 21 dagen bij hun moeder. Daarna zijn ze op zichzelf aangewezen. Dat gaat niet altijd goed. Dan spoelen ze aan en krijg ik een melding. Dat kan drie keer op een dag zijn, maar ook één keer in de twee weken. Mijn eerste actie is dat ik vraag ik om een foto. Aan de hand daarvan zie ik al of de zeehond gezond is. Liggen ze in een banaanhouding, met kop en staart omhoog, dan zijn ze gezond en laat ik ze het liefst met rust. Helaas kan dat niet altijd. Soms liggen ze op een druk gedeelte van het strand en breng ik ze samen met een collega naar een rustiger gedeelte. Wel geef ik ze altijd met verf een teken, zodat ik na 24 uur kan controleren of ze al bekeken of verplaatst zijn. Zijn de zeehonden ziek — ze hebben vaak longworm — dan breng ik ze naar het zeehondencentrum in Stellendam. Longworm is makkelijk te herkennen: de zeehonden zijn dan kortademig en er komt bloed uit hun bek. In het centrum worden ze behandeld en weer uitgezet zodra ze genezen zijn.”

Ook bruinvissen spoelen regelmatig aan. “Deze dieren hebben vaak een oorbeschadiging, waardoor ze hun oriëntatie volledig kwijt zijn. Dit kan met medicatie worden opgelost. “Ik breng ze naar SOS Dolfijn in Anna Paulowna, waar ze verder worden behandeld. ”Heel zelden treft Kees ook een zeepaardje aan. “Deze breng ik altijd naar dierentuin Blijdorp. Een zeepaardje moet altijd houvast hebben en in de dierentuin hebben ze de juiste knowhow hoe hiermee om te gaan. ”Soms komt Kees te laat en is het aangespoelde dier al overleden. “In dat geval breng ik het naar de universiteit in Utrecht. Daar wordt het ontleed en onderzocht.” Kees is vorig jaar regelmatig uitgerukt na meldingen over zeehonden. “In tegenstelling tot jaren geleden draagt nu bijna iedereen een telefoon bij zich. Ik waarschuw mensen altijd om afstand te houden van de zoogdieren. Ze kunnen flink bijten. Geef ze vooral ook geen eten;een zeehond eet alleen levende vis uit zee. En als laatste: lijn alstublieft uw hond aan, dat is voor beide dieren echt het veiligst.”

En vindt u het leuk om zelf een zeehond te spotten? Er liggen er regelmatig vijf op de uitwatering in Katwijk.