
In memoriam Louk (Aloysius Maria Bernhard) Dijckhoff
Louk Dijckhoff werd geboren op 29 februari 1940 als zoon van Maria Louisa Antonia van Rijn en Mr. Maria Bernhardus Dijckhoff. Hij groeide samen met zijn zus Marijke op aan de Prinses Marielaan 4 in Wassenaar. Enkele maanden na zijn geboorte brak de tweede Wereldoorlog uit.
Vriend uit het verzet
Aan het begin van de oorlog bracht de vader van Louk zijn Citroën Traction Avant naar het garagebedrijf van Piet Knijnenburg in Den Deijl. Piet Knijnenburg was een vriend van hem die hij kende uit het verzet. Deze Piet had twee zonen: Gerard (overleden in 1946) en Piet (junior); alias de Leeuw van Wassenaar (overleden in 2017). Piet haalde de wielen eraf, haalde het motorblok eruit, zette het onderstel op zijn kant, verpakte het koetswerk in vet papier en zette dat ook op z’n kant. Zo werd vervolgens die hele Citroën tussen twee muren ingemetseld. Dat hebben de Duitsers nooit ontdekt.
Onderduikers
In het huis aan De Prinses Marielaan werden twee onderduikers verborgen, waarvan een van beiden Kolfschoten heette. Als er gevaar dreigde dan verstopten de onderduikers zich in de brede schoorsteenmantel van de openhaard waar een ijzeren opstapje binnenin zat. Later werd de vader van Louk verraden en betrapt met zendapparatuur. Als kleine jongen zag Louk hoe zijn vader op een dag uit huis werd gesleurd door de Gestapo. Hij werd gevangengezet in het Oranje Hotel, maar kwam vrij nadat een broer van de moeder van Louk, Joop van Rijn, een levensreddende operatie had uitgevoerd op een Duitse officier.
Evacuatie uit Wassenaar
Als 4-jarige jongen kwam Louk op een leeftijd waarop zijn eerste herinneringen zich vormden. Die herinneringen werden door de oorlog gekleurd en waren meteen traumatisch. Hij herinnerde zich de evacuatie in het voorjaar van 1944. Iedereen moest binnen 24 uur Wassenaar verlaten. Alle bewoners werden naar Den Haag afgevoerd onder Duitse geleidde met legervoertuigen en tanks. De geallieerden dachten dat het een Duits transport was en beschoten hen. Ze moesten onder de auto gaan liggen. Daar zag Louk hoe de granaten op het wegdek insloegen. Onder de auto was het te gevaarlijk. Daarom kropen ze naar een greppel aan de Rijksstraatweg, vlakbij de Ursula kliniek. Dat was hun redding. Een jaar later, op 10 mei 1945, vijf dagen na de bevrijding, reed de vader van Louk weer in zijn Traction Avant. Helaas verongelukte hij in 1948 tijdens een zakenreis voor zijn Dijckhoff Kledingmagazijn-panden door slecht zicht op de Duitse Autobahn. Louk was op dat moment pas acht jaar oud. Ondanks de gebeurtenissen uit zijn jeugd is Louk altijd opgewekt gebleven.
Liefde voor de natuur
In de jaren 50 startte Louk zijn moeder een Montessori klas aan de Prinses Marielaan. Louk bracht de tweede helft van zijn jeugd vanwege zijn astma door op een kostschool in de Zwitserse bergen. Daar ontstond zijn idee om samen met mensen als natuurgids op avontuur te gaan in de wildernis. Van huis uit had Louk de liefde voor de natuur meegekregen van zijn moeder, die graag met de kinderen op pad ging met een flora in de hand. Opgegroeid in Wassenaar voelde Louk zich een kind van duin en zee.
Na diverse vakanties op Terschelling werd hij verliefd op het eiland en startte in 1978 zijn bedrijf Dijckhoff Terschellinger Natuurtochten. Ruim veertig jaar lang organiseerde hij natuurexcursies in het Europees Natuurreservaat De Boschplaat en op de Noordsvaarder. Zijn drie dochters Jenneke, Elsbeth en Jossy groeiden daar in alle vrijheid op. Eilanders leerden Louk kennen als een bijzonder mens met zijn humor, zijn onuitputtelijke kennis, zijn Haagse tongval en zijn hang naar liefde en schoonheid. Louk kreeg een Katholieke opvoeding mee en kwam op voor mensen die het moeilijk hadden. Hij was daarin onbaatzuchtig en stond altijd klaar voor anderen.
Op 7 maart jl. is Louk op zijn favoriete plek in zijn boerderij op Terschelling vredig uit het leven weggegleden.
Tekst: Elsbeth Dijckhoff
