Foto:Anton Overklift.
Foto:Anton Overklift.

Boris 70 jaar jong

In vijfenvijftig werd hij geboren,
Den Haag zag de zon weer schijnen fel.
Boven de Lange Poten, nummer drieëntwintig,
Lag een baby met een eigen stijl, rebel.

Tic en John, die jonge ouders,
Zagen vroeg al: dit wordt groots.
Met zijn charme, zijn bravoure,
En een lach die alles sloopt.

Boris, flamboyant en vrij,
Altijd onderweg, altijd erbij.
Een beetje over ’t randje soms,
Maar o zo warm, en nooit te stom.
Zeventig jaar, maar wat een vuur,
Boris leeft het leven puur!

School was nooit een grote liefde,
Maar hij bleef wel altijd rechtop staan.
Met z’n rally-ma en z’n zeil-papa,
Leerde hij hoe je moet doorgaan.

Zijn eerste pand, die Beeklaan-steen,
Was meer dan zomaar vastgoed alleen.
Een dynastie begon heel klein,
En groeide uit tot stevig terrein.

Boris, mateloos en snel,
Altijd in voor nieuw spektakel.
Met de Ikigai zeilen over zee,
De marathons, die liepen mee.
Zeventig jaar en nog geen rust,
Altijd op zoek naar nieuwe lust!

Met Karin nu, in Wassenaar,
Waar hij het leven viert, jaar na jaar.
Nog steeds die vonk, dat scherpe brein,
Wat hij nalaat, zal groots zijn.

Een stichting misschien, voor goed en recht,
Een laatste daad die iets écht zegt.
Maar tot die tijd, met kracht en stijl,
Loopt Boris nog heel wat mijl!

Boris, uniek en ongekend,
Een vriend, een mens, een echte vent.
Zeventig jaar, een leven rijk,
Met vastgoed, liefde, sport en spijk.
Proost op jou, laat klinken het glas,
Voor Boris - de grote baas!